12 februari 2011

Webhosting

Er zijn nogal wat bedrijfjes die websites hosten en er vervolgens een potje van maken. De faciliteiten waarmee je gelokt bent blijken er in werkelijkheid anders uit te zien, de prijzen zijn minder doorzichtig en altijd hoger dan je voorgespiegeld werd en op de helpdesk is men nooit thuis, terwijl je tegen een stevig minuuttarief gevraagd wordt te wachten.
Als je dan je met moeite bedachte en natuurlijk zéér unieke domeinnaam daar hebt laten registreren, krijg jij een probleem, want ondanks hun mooie beloften blijken ze niet aangesloten bij een overkoepelende organisatie die regelt dat jij je naam terugkrijgt, dus als jij niet doet wat of hoe zij willen, kun je fluiten naar die eigen domeinnaam.

Daar heb ik nu een oplossing voor bedacht.
Je registreert je naam bij de ene provider en laat die doorverwijzen naar een website bij de andere, waarbij je die twee naar hartelust kunt kiezen.
Omdat de eerste je domeinnaam beheert is het van belang dat die een zekere robuustheid heeft, dus niet bij iedere economisch tegenwindje omvalt. En niet al te duur is, want alles wat hij levert is overhead. Of liever, eigenlijk is het de verzekeringspremie tegen het kwijtraken van je domeinnaam. De kans echter dat je ruzie met hem krijgt is nihil, want je doet er niks.
Die andere provider kun je ook willekeurig kiezen, bijvoorbeeld degene met de meeste value for money. Daar maak je je eigenlijke website, onder een of andere niet ter zake doende naam, waar die eerste domeinnaam dan naar verwijst.Trek je daarbij niks aan - nou ja, nìks is misschien wel erg weinig - van hoe ze presteren, als het je niet bevalt haal je je site daar weg, laat hen lekker zitten met die fake domeinnaam en trek je weer verder. Nieuwe provider, nieuwe verwijsnaam en het spel gaat weer op de wagen.
Voor mij is het duidelijk en zijn, nú, de keuzes voor Hostnet.nl om mijn domeinnamen te registreren en One.com voor mijn sites. De eerste omdat die 5 jaar lang registratie biedt voor € 2.50 per jaar, waar dan nog €5 per jaar bijkomt voor doorverwijzen. De tweede, van oorsprong Deense provider, omdat die àlles levert voor, hou je even vast, € 1.25 per maand, dus € 15 per jaar!
Hoe eenvoudig kan het leven zijn?

10 februari 2011

Worden we erg veel ouder?

Onze goede vriendin Georgette K. ventileerde een aantal jaren geleden een gedachte die mij uiterst plausibel voorkwam en die ik, verbonden met haar naam, voor de vergetelheid wil behoeden.
Haar stelling was dat we er niet op hoefden te rekenen dat wij, mensen, nog erg veel ouder zouden worden. Ze wees er daarbij op dat de gigantische toename van de gemiddelde leeftijd, vooral in de vorige eeuw en daarvan dan vooral na de tweede wereldoorlog, voornamelijk toe te schrijven was aan de imposante afname van de baby- en kindersterfte.
Vertelde mijn moeder nog dat mijn oma, háár schoonmoeder, een kind uit het ziekenhuis terug moest halen vanwege gebrek aan geld, waarop het dan ook prompt overleed, tegenwoordig is zoiets ondenkbaar. En zou datzelfde kind dus zijn blijven leven. Sterker nog, er blijven kinderen leven, en niet alleen (veel te) vroeg geborenen, die in andere tijden of plaatsen geen schijn van kans zouden hebben gehad. Maar hier, in deze gezondheidsbubbel in plaats en tijd, worden het goed functionerende volwassenen.

Nou, stelt Georgette, dat staat nog te bezien. Want de natuur, waar we ondanks alles nog steeds deel van uitmaken en die in hoge mate ons wel en wee bepaalt, had het niet voor niks zo geregeld dat die lichamelijk zwakkeren vroeg overleden. Dan konden de ouders aan een nieuwe, meer belovende spruit beginnen en zou de soort er als geheel wel bij varen.
Want niet alleen blijven die jonge overlevers intrinsiek zwakker en zullen zeker niet zo'n grote kans hebben op ouder worden dan hun leeftijdsgenoten die anders, in zwaardere omstandigheden, ook in leven waren gebleven.
Daarbovenop komt nog dat ze nu in de gelegenheid gesteld worden om hun zwakkere genen door te geven aan een volgend geslacht, dat ook eventueel weer met kunst- en vliegwerk in leven wordt gehouden, maar op die manier de genenpool niet versterkt.
Al met al reden om sceptisch te zijn over de verwachtingen aangaande de steeds verder toenemende overlijdensleeftijd van de mens. Laat staan dat er al sprake zou zijn dat de eerste mens die 1000 jaar wordt al is geboren, zoals sommigen ons willen doen geloven.
Ook al neemt het aantal honderdjarigen hand over hand toe, de vraag is in hoeverre dat te danken is aan het grotere aantal mensen en de verbetering in zorg en voeding voor de mensen die sowieso wel oud geworden zouden zijn. Kortom, alle reden Geogette's redenering overeind te houden en aan diepgaand onderzoek te onderwerpen.