Er zijn uitgeverijen, waaronder niet zelden van Nederlandse origine, die veel geld verdienen aan het publiceren van wetenschappelijke resultaten. Hun businessmodel ziet er ongeveer als volgt uit. Per wetenschappelijk gebied voeren zijn één of meer tijdschriften waarin wetenschappers hun wetenschappelijke vondsten kunnen publiceren. Voorwaarde daarvoor is echter dat de referees van het betreffende tijdschrift, (voor de auteur) anonieme specialisten op dat vakgebied, het artikel beoordelen als geschikt voor publicatie, al of niet na het verwerken van geadviseerde aanpassingen. Of het artikel wordt afgewezen door de referees.
Een abonnement op het tijdschrift wordt vervolgens, en nu komt het, voor veel geld aangeboden aan de onderzoekende instanties, niet zelden universiteiten. Dus ook de werkgever van de auteur moet (diep) in de buidel tasten om haar resultaten te zien te krijgen.
De uitgever beroept zich op zijn kosten, ook van de referees, en de hoge kwaliteitsstandaard die zij garanderen. Wat weer resulteert in een tijdschrift met een niet te evenaren reputatie die natuurlijk ook afstraalt op de auteurs die in zo'n blad mogen(!) publiceren. Met als gevolg onder meer dat veel onderzoekers in de natuurwetenschappen er heel wat voor over zouden hebben om eens in Nature of Science te publiceren.
Op de keper beschouwd is dit een zeer merkwaardige gang van zaken. De onderzoeksinstelling, niet zelden een universiteit dus betaald door gemeenschapsgeld, moet veel geld op tafel leggen om kennis te nemen van resultaten van andere onderzoekers, meestal ook betaald met gemeenschapsgeld, omdat die gereviewed worden door referees, die veelal ook door gemeenschapsgeld betaald worden!
En een private instelling, wiens enige bijdrage is de fysieke levering van het tijdschrift en de administratie daaromheen, is de lachende derde en strijkt de niet geringe winst op. Waarbij soms zelfs het copyright de auteur ook nog ontfutseld wordt, hoewel dat steeds minder het geval lijkt te zijn.
Een mooi voorbeeld in Nederland is het bedrijf Kluwer dat al jarenlang het monopolie heeft op publicatie van wetteksten en uitspraken van de Hoge Raad. Uiteraard leveren ze meerwaarde door die publicaties te voorzien van deskundige commentaren van rechtswetenschappelijke experts, maar, u raadt het al, die worden door een universiteit betaald, die vervolgens van Kluwer de rekening gepresenteerd krijgt.
Het is duidelijk dat hier iets aan moet veranderen. Het is natuurlijk zeer onterecht dat een bedrijf enorme winsten opstrijkt, terwijl de essentiële kosten door de samenleving worden gemaakt. Bovendien groeien de kosten van de tijdschriften exponentieel, zodanig dat universiteiten selecties moeten maken en arme(re) universiteiten, meestal in derde-wereld landen kunnen überhaupt die abonnementen niet betalen, waarmee de resultaten voor hen niet toegankelijk zijn.
Allereerst moet er worden afgezien van fysieke distributie. Dit brengt de kosten van de uitgevers geheel tot nul terug, waarmee het niet duidelijker kan worden dat hun functie overbodig is. Uiteraard kan een instelling online publicaties laten drukken, maar dat mogen ze dan zelf doen.
Ten tweede moet aan iedereen, dus niet alleen de onderzoeksinstellingen met hun medewerkers, maar aan werkelijk iedereen, waar ook ter wereld, gratis toegang worden verschaft aan alle gepubliceerde resultaten.
Ten derde moeten alle auteurs, willen zij één artikel gepubliceerd krijgen, eerder bij minstens twee artikelen van andere auteurs als referee opgetreden hebben. Daarvoor krijgen zij geen vergoeding, maar dit dient òf in hun arbeidsovereenkomst te worden opgenomen òf moeten ze in hun eigen tijd doen.
Op die manier krijgen burgers niet alleen iets terug voor hun belastinggeld, er wordt eveneens een belangrijk bron op het gebied van onderwijs en onderzoek ontsloten, en tenslotte wordt er een vorm van ontwikkelingshulp gegeven die niet alleen ons niets (extra) kost, maar van onmeetbaar belang is voor de onderontwikkelde landen.
Welke win-win situatie kan daar mee concurreren?
3 april 2012
17 maart 2012
Oplichters (2)
Het is niet onmogelijk dat de mevrouw die ik noemde in een eerder bericht zelf gelooft in het boek waaraan ze nu hoopt te verdienen. Ze schrijft immers op haar website "Het boek ‘de Wetten van de Winnaars’ van de Duitse bestseller auteur en moneycoach Bodo Schäfer heeft me de weg gewezen in zowel mijn privé als zakelijk leven. Het is voor mij DE gids en DE handleiding geweest voor alle vijf de gebieden van mijn leven."
Ik moest denken aan iets wat ik enkele weken geleden las (de bespreking van het boek "The Folly of Fools) waarin de volgende redenering was opgenomen:
Ik moest denken aan iets wat ik enkele weken geleden las (de bespreking van het boek "The Folly of Fools) waarin de volgende redenering was opgenomen:
- als iedereen de waarheid spreekt is het lucratief te liegen en bedriegen
- omdat niemand bedrogen wil worden moet je zo goed mogelijk de indruk wekken dat wat je beweert de waarheid is
- de beste manier om dat te doen is zelf te geloven in wat je te berde brengt
- dus: eerst jezelf bedriegen voor je anderen bedriegt!
Eigenlijk zou je medelijden met deze mensen moeten hebben en er zouden klinieken moeten zijn waarin ze kunnen afkicken. Maar, en nu komt het, dit fenomeen - van zelfbedrog - is zó algemeen, dat dan weldra iedereen onder behandeling zou zijn. Lees bijvoorbeeld een hoofdstuk uit het nieuwe boek van Kahneman.
Misschien moeten we ons beperken tot die mensen die zelf profijt willen hebben van hun voor het bedriegen van anderen benodigde zelfbedrog. Dus niet alleen de schrijver van dat bovengenoemde boek, die waarschijnlijk heel goed weet dat hij al meer dan 10 jaar probeert de mensheid een enorm oor aan te naaien, maar ook de mevrouw met die boekrechten voor NL, die het mogelijk ook nog gelooft.
Het grappige is dat het laatste woord van de vorige alinea associaties bij mij oproept van religie, waarin de handel in bedrog geïnstitutionaliseerd is. Zoals ik recent las: "Als jij tegen god praat ben je religieus, als god tegen jou praat ben je psychotisch!"
Dus alle dominé's, rabbi's, imams en andere voorgangers die leven van het voorliegen van goedgelovigen zouden, als ze al niet de gevangenis in moeten, minstens een afkickprogramma moeten ondergaan, net als die mevrouw.
16 maart 2012
Oplichters (1)
Kwam via via een melding tegen dat een mevrouw de rechten (voor NL) van een boek had bekomen met als titel 'De wetten van de winnaars'. Op de bijbehorende website afficheert ze het als "(...) een gids die je naar een succesvoller leven zou kunnen leiden."
Enkele weken geleden zag ik de Canadese documentaire "The trouble with experts" *) over experts en andere deskundigen. Niet alleen werd daar aangetoond dat je over heel veel zaken niets met zekerheid, of zelfs maar een behoorlijke waarschijnlijkheid, kunt zeggen. Maar ook dat er tallozen zijn die beweren dat wèl te kunnen. Die dan bij een fatsoenlijke test door de mand vallen en zich dus ontpoppen als oplichter. Niet alleen de wijnkenner kwam voorbij, maar ook de kunstkenner, alle(!) soorten econoom en behalve de beursgoeroe, ook ieder ander die zich met de term goeroe tooit. En, binnen die klasse nog met een speciale vermelding, de mangementgoeroe.
Er bleek zelfs een meneer, uiteraard in de US of A, die, á raison van $ 2.000 tot $ 7.000, willekeurige leken opleidde tot deskundige in wat ze ook maar wilden. Niet door ze de gewenste kennis bij te brengen, als dat al mogelijk zou zijn, maar door hen het gewenste expert-gedrag te leren. Als one-liner gaf hij het programma mee: "All these people are full of B.S.!"
Het lijkt mij dat niet alleen de auteur zich 100% kwalificeert in deze rij van uiterst dubieuze figuren, ook de mevrouw die zijn boodschap verspreidt in het Nederlands taalgebied schaart zich daaronder.
Mij zou lijken dat de overheid zulke producten, ook als ze met korting of met niet-goed-geld-terug-garantie worden aangeboden, verplicht voorzien te worden van een waarschuwing van het soort dat je ook bij beleggingsproducten tegenkomt. Zoiets als: "wàt hier ook beweerd wordt, niets daarvan kan bewezen worden in een onafhankelijk onderzoek dat wetenschappelijk verantwoord is."
En dan hou ik het nog netjes. Want het zijn natuurlijk gewoon oplichters, ook deze mevrouw.
*) Op youtube is het hele programma (van bijna 3 kwartier ...) hier te zien.
Enkele weken geleden zag ik de Canadese documentaire "The trouble with experts" *) over experts en andere deskundigen. Niet alleen werd daar aangetoond dat je over heel veel zaken niets met zekerheid, of zelfs maar een behoorlijke waarschijnlijkheid, kunt zeggen. Maar ook dat er tallozen zijn die beweren dat wèl te kunnen. Die dan bij een fatsoenlijke test door de mand vallen en zich dus ontpoppen als oplichter. Niet alleen de wijnkenner kwam voorbij, maar ook de kunstkenner, alle(!) soorten econoom en behalve de beursgoeroe, ook ieder ander die zich met de term goeroe tooit. En, binnen die klasse nog met een speciale vermelding, de mangementgoeroe.
Er bleek zelfs een meneer, uiteraard in de US of A, die, á raison van $ 2.000 tot $ 7.000, willekeurige leken opleidde tot deskundige in wat ze ook maar wilden. Niet door ze de gewenste kennis bij te brengen, als dat al mogelijk zou zijn, maar door hen het gewenste expert-gedrag te leren. Als one-liner gaf hij het programma mee: "All these people are full of B.S.!"
Het lijkt mij dat niet alleen de auteur zich 100% kwalificeert in deze rij van uiterst dubieuze figuren, ook de mevrouw die zijn boodschap verspreidt in het Nederlands taalgebied schaart zich daaronder.
Mij zou lijken dat de overheid zulke producten, ook als ze met korting of met niet-goed-geld-terug-garantie worden aangeboden, verplicht voorzien te worden van een waarschuwing van het soort dat je ook bij beleggingsproducten tegenkomt. Zoiets als: "wàt hier ook beweerd wordt, niets daarvan kan bewezen worden in een onafhankelijk onderzoek dat wetenschappelijk verantwoord is."
En dan hou ik het nog netjes. Want het zijn natuurlijk gewoon oplichters, ook deze mevrouw.
*) Op youtube is het hele programma (van bijna 3 kwartier ...) hier te zien.
9 oktober 2011
Huizenmarkt
De huizenmarkt, we schrijven 2011, zit op slot zoals dat in de recente geschiedenis nog zelden is voorgekomen.
Banken doen moeilijk over iedere cent hypotheek, waarmee ze starters het vrijwel onmogelijk maken die markt te betreden, verkopers zijn (nog) niet gewend aan de lage(re) huizenprijzen, vragen dus teveel en krijgen daardoor hun huis niet verkocht (om die reden kopen ze ook nog geen nieuw huis) en kopers, tenslotte, wachten, want daarmee kun je geld verdienen!
Een decimering van de overdrachtsbelasting heeft maar even soelaas gegeven en dan nog veel minder dan de makelaars, die in deze deskundig zouden moeten zijn, hadden verwacht.
Eén van de mogelijkheden om in deze situatie wat verlichting te brengen is een match te vinden tussen de starters, of anderen die een huis willen hebben, en de verkopers die hun huis niet kwijt raken en al een nieuw huis gekocht hebben. Er zijn gevallen bekend dat sommigen hun nieuwe huis met verlies moesten verkopen en nu alsnog, of wéér, in hun oude huis zitten.
Als die mensen die, op z'n Amerikaans, tussen " a rock and a hard thing" zitten, nu hun huis kunnen verhuren, uiteraard onder speciale condities, dan is daar de ergste nood gelenigd en kan misschien een "ripple"-effect ontstaan dat de markt weer wat losweekt.
Condities zouden kunnen zijn dat de huurders het huis in orde houden en minstens één keer per week het open stellen voor bezichtiging. Dat ze huurcontracten van beperkte looptijd hebben, denk aan 3 maanden tot een half jaar, die een maand voor afloop verlengd kunnen worden. Dat de huurders (behoorlijk) minder betalen dan de normale huurprijs vanwege die beperkende voorwaarden. Waardoor ze weer kunnen sparen zodat de bank makkelijker een (kleinere) hypotheek kan verstrekken.
Het wachten is nu op iemand die een website maakt en die partijen bij elkaar brengt.
In de tussentijd zou de overheid met fiscale maatregelen dit soort constructie kunnen bevorderen, bijvoorbeeld dat de huur slechts voor een deel en gedurende een bepaalde tijd, 1 á 2 jaar, belast wordt als inkomen. Dan maar wat minder hypotheekaftrek.
Banken doen moeilijk over iedere cent hypotheek, waarmee ze starters het vrijwel onmogelijk maken die markt te betreden, verkopers zijn (nog) niet gewend aan de lage(re) huizenprijzen, vragen dus teveel en krijgen daardoor hun huis niet verkocht (om die reden kopen ze ook nog geen nieuw huis) en kopers, tenslotte, wachten, want daarmee kun je geld verdienen!
Een decimering van de overdrachtsbelasting heeft maar even soelaas gegeven en dan nog veel minder dan de makelaars, die in deze deskundig zouden moeten zijn, hadden verwacht.
Eén van de mogelijkheden om in deze situatie wat verlichting te brengen is een match te vinden tussen de starters, of anderen die een huis willen hebben, en de verkopers die hun huis niet kwijt raken en al een nieuw huis gekocht hebben. Er zijn gevallen bekend dat sommigen hun nieuwe huis met verlies moesten verkopen en nu alsnog, of wéér, in hun oude huis zitten.
Als die mensen die, op z'n Amerikaans, tussen " a rock and a hard thing" zitten, nu hun huis kunnen verhuren, uiteraard onder speciale condities, dan is daar de ergste nood gelenigd en kan misschien een "ripple"-effect ontstaan dat de markt weer wat losweekt.
Condities zouden kunnen zijn dat de huurders het huis in orde houden en minstens één keer per week het open stellen voor bezichtiging. Dat ze huurcontracten van beperkte looptijd hebben, denk aan 3 maanden tot een half jaar, die een maand voor afloop verlengd kunnen worden. Dat de huurders (behoorlijk) minder betalen dan de normale huurprijs vanwege die beperkende voorwaarden. Waardoor ze weer kunnen sparen zodat de bank makkelijker een (kleinere) hypotheek kan verstrekken.
Het wachten is nu op iemand die een website maakt en die partijen bij elkaar brengt.
In de tussentijd zou de overheid met fiscale maatregelen dit soort constructie kunnen bevorderen, bijvoorbeeld dat de huur slechts voor een deel en gedurende een bepaalde tijd, 1 á 2 jaar, belast wordt als inkomen. Dan maar wat minder hypotheekaftrek.
6 september 2011
Openbaarheid van belastingvrijdom
In Italië is een discussie ontstaan of het Vaticaan niet eens belasting zou moeten gaan betalen, bijvoorbeeld (de Italiaanse variant van) onroerend-zaak-belasting.
Ook in NL zijn er allerlei instanties die zijn vrijgesteld van belastingen of accijnzen. Niet alleen de Koningin, daar valt nog iets voor te zeggen, omdat het toch vestzak-broekzak zou zijn, maar ook de KLM die geen btw betaalt over de kerosine, de Hoogovens die nooit btw betaalden over gas, net zo min trouwens als de eigenaren van kassen in het Westland voor de verwarming.
Ook kerkgenootschappen zijn vrijgesteld, in het verleden reden voor een seksclub zich als Satanskerk in te schrijven.
Zou het niet eens tijd worden om duidelijk te maken wie welke belastingvoordelen heeft en vooral waarom? En zou het dan niet navrant zijn te zien dat culturele instellingen voor een hoger btw-tarief worden aangeslagen, terwijl talloze instanties voor het 0-tarief in de boeken staan?
Een mooie website met daarop wie wat bijdraagt aan de schatkist, inclusief de hypotheekrenteaftrek van alle huiseigenaren, lijkt me een eye-opener voor menig Nederlander.
Ook in NL zijn er allerlei instanties die zijn vrijgesteld van belastingen of accijnzen. Niet alleen de Koningin, daar valt nog iets voor te zeggen, omdat het toch vestzak-broekzak zou zijn, maar ook de KLM die geen btw betaalt over de kerosine, de Hoogovens die nooit btw betaalden over gas, net zo min trouwens als de eigenaren van kassen in het Westland voor de verwarming.
Ook kerkgenootschappen zijn vrijgesteld, in het verleden reden voor een seksclub zich als Satanskerk in te schrijven.
Zou het niet eens tijd worden om duidelijk te maken wie welke belastingvoordelen heeft en vooral waarom? En zou het dan niet navrant zijn te zien dat culturele instellingen voor een hoger btw-tarief worden aangeslagen, terwijl talloze instanties voor het 0-tarief in de boeken staan?
Een mooie website met daarop wie wat bijdraagt aan de schatkist, inclusief de hypotheekrenteaftrek van alle huiseigenaren, lijkt me een eye-opener voor menig Nederlander.
31 augustus 2011
Inteelt
Er zijn mensen die denken dat als hun betovergrootvaders neven waren, zij blij mogen zijn dat ze tien vingers en tenen hebben. Terwijl die (groot)ouders in een dorpje woonden dat toen nauwelijks 1500 inwoners telde. Dus verdeeld over de leeftijdsklassen hadden zij de keuze uit zo'n 20 tot 30 leeftijdsgenoten, dus geen wonder dat ze iemand kozen die enigszins gerelateerd was.
Overigens, maar al te weinigen weten dat het lot van de mensheid ooit aan een dunne draad hing toen er, volgens DNA-onderzoek, slechts een 1500-tal van onze menselijke voorouders in Afrika waren overgebleven van waaruit de mensheid zich verder heeft ontwikkeld. En de groep die uit Afrika de reis naar Europa ondernam,zo'n 70.000 tot 40.000 jaar geleden, heeft waarschijnlijk enkele tientallen individuen geteld en is zeker niet groter geweest dan 150.
En als je even nadenkt dan kun je op (alle tien) je vingers natellen dat het godsonmogelijk is dat van iedereen zijn (1024) voorouders van 10 generaties geleden allemaal verschillend kunnen zijn. Dan zouden er 300 jaar geleden zo'n 7.000.000.000.000 (7 biljoen) mensen geleefd moeten hebben, terwijl dat met 100.000.000 (bijna honderdduizend keer zo weinig) wel ruim bekeken was.
Bij fokkers van dieren wordt een formule gebruikt om de inteeltcoëfficiënt te bepalen, zie onderaan. Daar wordt een coëfficiënt van 6.25% of hoger als riskant gezien, in ieder geval moet je dat zien te voorkomen.
In het geval van die 'verneefde' betovergrootouders is deze coëfficiënt voor het blije achterkleinkind zo'n 0,098%, niet iets om je èrg druk over te maken.
Het zou me niet verwonderen als het gemiddelde in NL hoger ligt.
Overigens, maar al te weinigen weten dat het lot van de mensheid ooit aan een dunne draad hing toen er, volgens DNA-onderzoek, slechts een 1500-tal van onze menselijke voorouders in Afrika waren overgebleven van waaruit de mensheid zich verder heeft ontwikkeld. En de groep die uit Afrika de reis naar Europa ondernam,zo'n 70.000 tot 40.000 jaar geleden, heeft waarschijnlijk enkele tientallen individuen geteld en is zeker niet groter geweest dan 150.
En als je even nadenkt dan kun je op (alle tien) je vingers natellen dat het godsonmogelijk is dat van iedereen zijn (1024) voorouders van 10 generaties geleden allemaal verschillend kunnen zijn. Dan zouden er 300 jaar geleden zo'n 7.000.000.000.000 (7 biljoen) mensen geleefd moeten hebben, terwijl dat met 100.000.000 (bijna honderdduizend keer zo weinig) wel ruim bekeken was.
Bij fokkers van dieren wordt een formule gebruikt om de inteeltcoëfficiënt te bepalen, zie onderaan. Daar wordt een coëfficiënt van 6.25% of hoger als riskant gezien, in ieder geval moet je dat zien te voorkomen.
In het geval van die 'verneefde' betovergrootouders is deze coëfficiënt voor het blije achterkleinkind zo'n 0,098%, niet iets om je èrg druk over te maken.
Het zou me niet verwonderen als het gemiddelde in NL hoger ligt.
18 augustus 2011
Website layout
Veel websites worden ontworpen alsof de huidige computerbezitter een jaren ’90 scherm heeft: smal en (vaak) lang. Terwijl de schermen van tegenwoordig vaak veel breder dan hoog zijn, dus zou het aanbeveling verdienen een website als een boek vorm te geven, dat, opengeslagen, vergelijkbare afmetingen heeft als een huidig scherm.
Het scrollen kan dan vervangen worden door (ècht) bladeren, eventueel zelfs zoals reclamefolders als van Kruidvat e.d. doen, met zo'n omgeslagen hoekje links- en rechtsonder als je er met je muis over hoovert.
En tabbladen rechts en links voor de pagina's waar je naar toe wilt is natuurlijk ook heel vanzelfsprekend. Kortom, waarom is dat nog geen standaard?
En dan graag zwarte letters op witte achtergrond, dat blijkt al eeuwen goed te bevallen.
15 augustus 2011
Moeders gezegde (4)
Zoals zo vaak schieten de vaste uitspraken van moeder me op de meest bizarre momenten te binnen.
"Dat kan ik an m'n kíezen niet velen." kwam vandaag binnen, zonder enige aanleiding, waarbij het "kíezen", in het dialect uitgesproken, klinkt met een zeer lange "ie".
Dan kon ze er iets niet bij hebben, of iets (of iemand!) niet uitstaan. Waarbij ze dat ook wel over derden zei.
Binnenkort een jaar overleden, maar talloze keren citeer ik haar nog. Zoals zij háár voorouders - Gardom! - citeerde. Alleen daarom al zoek ik de stamboom - stamBos (met dank aan Joris) - uit.
"Dat kan ik an m'n kíezen niet velen." kwam vandaag binnen, zonder enige aanleiding, waarbij het "kíezen", in het dialect uitgesproken, klinkt met een zeer lange "ie".
Dan kon ze er iets niet bij hebben, of iets (of iemand!) niet uitstaan. Waarbij ze dat ook wel over derden zei.
Binnenkort een jaar overleden, maar talloze keren citeer ik haar nog. Zoals zij háár voorouders - Gardom! - citeerde. Alleen daarom al zoek ik de stamboom - stamBos (met dank aan Joris) - uit.
30 juli 2011
Maarten van Rossem
Met plezier lees ik het blad Maarten! ook al realiseer ik me dat het voornamelijk een bron van inkomsten voor betrokkenen is en voor de hoofdpersonen een welkome streling van hun ego's. Maar het lezen van meningen die dicht bij de jouwe zitten is een aangename bezigheid.
Wat ik al eerder bedacht, had ik nu weer, in sterkere mate, toen ik over de onmacht las die de andere partijen, de PvdA voorop, in de greep houdt als het over een weerwoord gaat aan de PVV in het algemeen en Wilders in het bijzonder: Maarten van Rossem zou uitermate geschikt zijn om Wilders adequaat, ook voor de spreekwoordelijke Henk & Ingrid, van repliek te dienen. Daarbij zou het helpen als hij de PvdA zou gaan leiden en laten we eerlijk zijn, slechter dan Cohen kan hij dat niet doen.
Als hij in zijn redactioneel commentaar de leden van de PVV(-fractie) proleten noemt, trekken de intellectuelen, of ieder die zich daar bij schaart, fronsend de wenkbrauwen op, maar voor Jan met de pet zijn dat de versimpelingen die aanspreken, reden waarom Wilders zich daarvan ook bij voorkeur bedient.
Van Rossem zou in zo'n rol een enorme media exposure krijgen waar hij goed mee kan omgaan, altijd wel één of meer oneliners gereed om het journaille aan zich te binden.
Ik voorspel een enorme winst voor de PvdA als hij die partij gaat leiden, te meer omdat de houdbaarheid van Wilders bij de volgende verkiezingen over z'n hoogtepunt blijkt heen te zijn. Zelfs Henk & Ingrid moeten dan ontdekt hebben dat hij hen weinig gebracht heeft waar zij wat aan hebben. En mocht dat niet zo zijn dan is het wel hun hang naar iets nieuws wat hen op Wilders c.s. uitgekeken doet raken.
Alle kans voor een nieuwe populist en dan iemand met gezondere ideeën die de gewone man (en vrouw) de indruk kan geven dat hij er voor doorgeleerd heeft - professor van Rossem - en niet z'n hele leven in de Haagse kaasstolp heeft doorgebracht. Bovendien iemand die een richting kan aangeven waarin Nederland zich zou moeten en kunnen ontwikkelen.
Enige voorwaarde is dat hij als fractieleider in de Tweede Kamer blijft, als premier lijkt hij me niet de meest geschikte, daar moeten betere managers voor te vinden zijn. Tenslotte ging een andere erudiet, Frits Bolkesteijn, hem daarin al voor.
Mijn stem heeft hij in ieder geval.
Wat ik al eerder bedacht, had ik nu weer, in sterkere mate, toen ik over de onmacht las die de andere partijen, de PvdA voorop, in de greep houdt als het over een weerwoord gaat aan de PVV in het algemeen en Wilders in het bijzonder: Maarten van Rossem zou uitermate geschikt zijn om Wilders adequaat, ook voor de spreekwoordelijke Henk & Ingrid, van repliek te dienen. Daarbij zou het helpen als hij de PvdA zou gaan leiden en laten we eerlijk zijn, slechter dan Cohen kan hij dat niet doen.
Als hij in zijn redactioneel commentaar de leden van de PVV(-fractie) proleten noemt, trekken de intellectuelen, of ieder die zich daar bij schaart, fronsend de wenkbrauwen op, maar voor Jan met de pet zijn dat de versimpelingen die aanspreken, reden waarom Wilders zich daarvan ook bij voorkeur bedient.
Van Rossem zou in zo'n rol een enorme media exposure krijgen waar hij goed mee kan omgaan, altijd wel één of meer oneliners gereed om het journaille aan zich te binden.
Ik voorspel een enorme winst voor de PvdA als hij die partij gaat leiden, te meer omdat de houdbaarheid van Wilders bij de volgende verkiezingen over z'n hoogtepunt blijkt heen te zijn. Zelfs Henk & Ingrid moeten dan ontdekt hebben dat hij hen weinig gebracht heeft waar zij wat aan hebben. En mocht dat niet zo zijn dan is het wel hun hang naar iets nieuws wat hen op Wilders c.s. uitgekeken doet raken.
Alle kans voor een nieuwe populist en dan iemand met gezondere ideeën die de gewone man (en vrouw) de indruk kan geven dat hij er voor doorgeleerd heeft - professor van Rossem - en niet z'n hele leven in de Haagse kaasstolp heeft doorgebracht. Bovendien iemand die een richting kan aangeven waarin Nederland zich zou moeten en kunnen ontwikkelen.
Enige voorwaarde is dat hij als fractieleider in de Tweede Kamer blijft, als premier lijkt hij me niet de meest geschikte, daar moeten betere managers voor te vinden zijn. Tenslotte ging een andere erudiet, Frits Bolkesteijn, hem daarin al voor.
Mijn stem heeft hij in ieder geval.
10 maart 2011
IKEA voor buiten
Enkele weken geleden was ik op de markt bij mijn vaste dierenkraam waar ik mijn voorraad voer voor de buitenvogels aanvulde. Op mijn vraag kwam de marktkoopman (raar woord ...) met allerlei nestkasten, van boomkruiperhok tot mussenflat, met de mededeling dat hij ging stoppen met die handel (ook zo'n typisch marktwoord). De omloopsnelheid was te gering en het ruimtebeslag, in zijn bus, te groot. Ik had daar voordeel bij want ik kon een mooie deal maken en ging met 4 kasten naar huis.
Thuis gekomen triggerde met name dat tweede argument mij. Waarom dacht ik, bestaan er geen zelfbouwpakketten voor nestkasten? Á la de meubels van Ikea die je ook met alleen zo'n sleuteltje in elkaar schroeft. Toegegeven, zo nu en dan moet je met een groot aantal kleine spijkertjes de achterwand van bijvoorbeeld een billy, inmiddels uitgegroeid tot een productnaam, vastzetten, maar dat is dan ook het enige.
Groot verschil zou zijn dat de nestkasten weerbestendig moeten zijn. Sterker nog, het dakje, bij voorkeur aflopend, moet van een vochtwerende laag voorzien zijn. En de materialen van Ikea zijn daar voorlopig nog niet op berekend.
Gisteren zag ik in een reclamefolder van Intratuin dat die een skelet voor een kweekkasje aanbood, van hardhout. De prijs was er naar, bijna € 2000, maar het idee was goed.
Toen was het nog maar een kleine sprong van de zelfbouw nestkastjes naar de zelfbouw van alles wat mensen aan bouwsels in hun tuin zetten. Blokhutten, kweekkassen, schommels, you name it en het kan middels een bouwpakket in elkaar worden gezet.
Blijft de bescherming tegen de weersinvloeden. Dat kan door verantwoord hardhout te gebruiken of de gebruiker het regelmatig te laten verven. Ik vermoed dat het eerste duurzamer is.
Benieuwd wanneer Ikea of een ander bedrijf hierin springt.
Thuis gekomen triggerde met name dat tweede argument mij. Waarom dacht ik, bestaan er geen zelfbouwpakketten voor nestkasten? Á la de meubels van Ikea die je ook met alleen zo'n sleuteltje in elkaar schroeft. Toegegeven, zo nu en dan moet je met een groot aantal kleine spijkertjes de achterwand van bijvoorbeeld een billy, inmiddels uitgegroeid tot een productnaam, vastzetten, maar dat is dan ook het enige.
Groot verschil zou zijn dat de nestkasten weerbestendig moeten zijn. Sterker nog, het dakje, bij voorkeur aflopend, moet van een vochtwerende laag voorzien zijn. En de materialen van Ikea zijn daar voorlopig nog niet op berekend.
Gisteren zag ik in een reclamefolder van Intratuin dat die een skelet voor een kweekkasje aanbood, van hardhout. De prijs was er naar, bijna € 2000, maar het idee was goed.
Toen was het nog maar een kleine sprong van de zelfbouw nestkastjes naar de zelfbouw van alles wat mensen aan bouwsels in hun tuin zetten. Blokhutten, kweekkassen, schommels, you name it en het kan middels een bouwpakket in elkaar worden gezet.
Blijft de bescherming tegen de weersinvloeden. Dat kan door verantwoord hardhout te gebruiken of de gebruiker het regelmatig te laten verven. Ik vermoed dat het eerste duurzamer is.
Benieuwd wanneer Ikea of een ander bedrijf hierin springt.
1 maart 2011
Niet vergeten
Ik heb een notoir slecht geheugen. Zo weet ik nog (sic!) dat ik van mijn schoolmeester in de vijfde klas van de lagere school te horen kreeg dat het geheugen, net als de rest van je lijf, te trainen was. Je moest dan bijvoorbeeld voor een etalage gaan staan en vervolgens je proberen te herinneren wat daar lag of stond. Dus ik na schooltijd 5 minuten voor Loefs Meubelspeciaalzaak geprobeerd me die etalage in te prenten om die vervolgens te recapituleren. Dat viel nog niet mee, herinner ik me, waarbij ik niet meer weet of dat zó ontmoedigend was dat ik me er verder niet meer aan gewaagd heb. Wèl dat het bij een eenmalige poging gebleven is.
Ook in m'n verdere leven is het onderwerp me blijven trekken en kocht ik oefen- en trainingsboekjes voor mijn geheugen om dat op een hoger peil te brengen. Je moest idiote combinaties maken van woorden die je moest onthouden, dus nooit zal ik het eerste voorbeeld vergeten, waarin je de woorden pistool en room moest onthouden en je werd aangeraden dat te doen door een pistool dat een dot slagroom produceerde te visualiseren. Reden dat dit beeld vervolgens in mijn geheugen geëtst werd.
Eén van de technieken die ik echter nog steeds toepas - als ik dat althans niet vergeet! - is een manier om een bepaald voorwerp aan een bepaalde plaats te verankeren en hoe handig dat kan zijn om iets niet te vergeten.
Stel je gaat boodschappen doen en er moet margarine worden meegenomen. Dat wil je beslist niet vergeten.
Je kunt dan een tot enorme proporties opgezwollen kuipje margarine voorstellen, van het soort dat je altijd meeneemt, dat de deur van de supermarkt verspert als je die wil uitgaan. Als je dat goed levendig doet en je stelt je dat daadwerkelijk voor met zo veel mogelijk details, dan blijkt die deur met die omgeving later, als je hem nadert, het beeld van dat kuipje margarine op te roepen en je kunt alsnog, als dat tenminste nodig is, terug om je omissie te herstellen.
Slimmer is natuurlijk om dat vóór de kassa te doen en het handigst is dat te doen op de plek waar de margarine in de koelkast staat. Dus daar visualiseer je zeer helder dat pompeuze kuipje dat, hoe idioter hoe beter, tegen de deur van de koeling aanbonkt om te worden vrijgelaten.
Uiteraard kan dat niet alleen met de margarine, maar ook met de andere producten en als je een volleerd geheugengymnasiast bent dan heb je je complete boodschappenbriefje als een pad door de winkel gevisualiseerd. Als extra controle tel je dan nog het aantal producten dat je in je winkelwagentje hebt en klopt dat, dan is het niet onwaarschijnlijk dat je geheugen naar behoren werkt.
Ook in m'n verdere leven is het onderwerp me blijven trekken en kocht ik oefen- en trainingsboekjes voor mijn geheugen om dat op een hoger peil te brengen. Je moest idiote combinaties maken van woorden die je moest onthouden, dus nooit zal ik het eerste voorbeeld vergeten, waarin je de woorden pistool en room moest onthouden en je werd aangeraden dat te doen door een pistool dat een dot slagroom produceerde te visualiseren. Reden dat dit beeld vervolgens in mijn geheugen geëtst werd.
Eén van de technieken die ik echter nog steeds toepas - als ik dat althans niet vergeet! - is een manier om een bepaald voorwerp aan een bepaalde plaats te verankeren en hoe handig dat kan zijn om iets niet te vergeten.
Stel je gaat boodschappen doen en er moet margarine worden meegenomen. Dat wil je beslist niet vergeten.
Je kunt dan een tot enorme proporties opgezwollen kuipje margarine voorstellen, van het soort dat je altijd meeneemt, dat de deur van de supermarkt verspert als je die wil uitgaan. Als je dat goed levendig doet en je stelt je dat daadwerkelijk voor met zo veel mogelijk details, dan blijkt die deur met die omgeving later, als je hem nadert, het beeld van dat kuipje margarine op te roepen en je kunt alsnog, als dat tenminste nodig is, terug om je omissie te herstellen.
Slimmer is natuurlijk om dat vóór de kassa te doen en het handigst is dat te doen op de plek waar de margarine in de koelkast staat. Dus daar visualiseer je zeer helder dat pompeuze kuipje dat, hoe idioter hoe beter, tegen de deur van de koeling aanbonkt om te worden vrijgelaten.
Uiteraard kan dat niet alleen met de margarine, maar ook met de andere producten en als je een volleerd geheugengymnasiast bent dan heb je je complete boodschappenbriefje als een pad door de winkel gevisualiseerd. Als extra controle tel je dan nog het aantal producten dat je in je winkelwagentje hebt en klopt dat, dan is het niet onwaarschijnlijk dat je geheugen naar behoren werkt.
12 februari 2011
Webhosting
Er zijn nogal wat bedrijfjes die websites hosten en er vervolgens een potje van maken. De faciliteiten waarmee je gelokt bent blijken er in werkelijkheid anders uit te zien, de prijzen zijn minder doorzichtig en altijd hoger dan je voorgespiegeld werd en op de helpdesk is men nooit thuis, terwijl je tegen een stevig minuuttarief gevraagd wordt te wachten.
Als je dan je met moeite bedachte en natuurlijk zéér unieke domeinnaam daar hebt laten registreren, krijg jij een probleem, want ondanks hun mooie beloften blijken ze niet aangesloten bij een overkoepelende organisatie die regelt dat jij je naam terugkrijgt, dus als jij niet doet wat of hoe zij willen, kun je fluiten naar die eigen domeinnaam.
Daar heb ik nu een oplossing voor bedacht.
Je registreert je naam bij de ene provider en laat die doorverwijzen naar een website bij de andere, waarbij je die twee naar hartelust kunt kiezen.
Omdat de eerste je domeinnaam beheert is het van belang dat die een zekere robuustheid heeft, dus niet bij iedere economisch tegenwindje omvalt. En niet al te duur is, want alles wat hij levert is overhead. Of liever, eigenlijk is het de verzekeringspremie tegen het kwijtraken van je domeinnaam. De kans echter dat je ruzie met hem krijgt is nihil, want je doet er niks.
Die andere provider kun je ook willekeurig kiezen, bijvoorbeeld degene met de meeste value for money. Daar maak je je eigenlijke website, onder een of andere niet ter zake doende naam, waar die eerste domeinnaam dan naar verwijst.Trek je daarbij niks aan - nou ja, nìks is misschien wel erg weinig - van hoe ze presteren, als het je niet bevalt haal je je site daar weg, laat hen lekker zitten met die fake domeinnaam en trek je weer verder. Nieuwe provider, nieuwe verwijsnaam en het spel gaat weer op de wagen.
Voor mij is het duidelijk en zijn, nú, de keuzes voor Hostnet.nl om mijn domeinnamen te registreren en One.com voor mijn sites. De eerste omdat die 5 jaar lang registratie biedt voor € 2.50 per jaar, waar dan nog €5 per jaar bijkomt voor doorverwijzen. De tweede, van oorsprong Deense provider, omdat die àlles levert voor, hou je even vast, € 1.25 per maand, dus € 15 per jaar!
Hoe eenvoudig kan het leven zijn?
Als je dan je met moeite bedachte en natuurlijk zéér unieke domeinnaam daar hebt laten registreren, krijg jij een probleem, want ondanks hun mooie beloften blijken ze niet aangesloten bij een overkoepelende organisatie die regelt dat jij je naam terugkrijgt, dus als jij niet doet wat of hoe zij willen, kun je fluiten naar die eigen domeinnaam.
Daar heb ik nu een oplossing voor bedacht.
Je registreert je naam bij de ene provider en laat die doorverwijzen naar een website bij de andere, waarbij je die twee naar hartelust kunt kiezen.
Omdat de eerste je domeinnaam beheert is het van belang dat die een zekere robuustheid heeft, dus niet bij iedere economisch tegenwindje omvalt. En niet al te duur is, want alles wat hij levert is overhead. Of liever, eigenlijk is het de verzekeringspremie tegen het kwijtraken van je domeinnaam. De kans echter dat je ruzie met hem krijgt is nihil, want je doet er niks.
Die andere provider kun je ook willekeurig kiezen, bijvoorbeeld degene met de meeste value for money. Daar maak je je eigenlijke website, onder een of andere niet ter zake doende naam, waar die eerste domeinnaam dan naar verwijst.Trek je daarbij niks aan - nou ja, nìks is misschien wel erg weinig - van hoe ze presteren, als het je niet bevalt haal je je site daar weg, laat hen lekker zitten met die fake domeinnaam en trek je weer verder. Nieuwe provider, nieuwe verwijsnaam en het spel gaat weer op de wagen.
Voor mij is het duidelijk en zijn, nú, de keuzes voor Hostnet.nl om mijn domeinnamen te registreren en One.com voor mijn sites. De eerste omdat die 5 jaar lang registratie biedt voor € 2.50 per jaar, waar dan nog €5 per jaar bijkomt voor doorverwijzen. De tweede, van oorsprong Deense provider, omdat die àlles levert voor, hou je even vast, € 1.25 per maand, dus € 15 per jaar!
Hoe eenvoudig kan het leven zijn?
10 februari 2011
Worden we erg veel ouder?
Onze goede vriendin Georgette K. ventileerde een aantal jaren geleden een gedachte die mij uiterst plausibel voorkwam en die ik, verbonden met haar naam, voor de vergetelheid wil behoeden.
Haar stelling was dat we er niet op hoefden te rekenen dat wij, mensen, nog erg veel ouder zouden worden. Ze wees er daarbij op dat de gigantische toename van de gemiddelde leeftijd, vooral in de vorige eeuw en daarvan dan vooral na de tweede wereldoorlog, voornamelijk toe te schrijven was aan de imposante afname van de baby- en kindersterfte.
Vertelde mijn moeder nog dat mijn oma, háár schoonmoeder, een kind uit het ziekenhuis terug moest halen vanwege gebrek aan geld, waarop het dan ook prompt overleed, tegenwoordig is zoiets ondenkbaar. En zou datzelfde kind dus zijn blijven leven. Sterker nog, er blijven kinderen leven, en niet alleen (veel te) vroeg geborenen, die in andere tijden of plaatsen geen schijn van kans zouden hebben gehad. Maar hier, in deze gezondheidsbubbel in plaats en tijd, worden het goed functionerende volwassenen.
Nou, stelt Georgette, dat staat nog te bezien. Want de natuur, waar we ondanks alles nog steeds deel van uitmaken en die in hoge mate ons wel en wee bepaalt, had het niet voor niks zo geregeld dat die lichamelijk zwakkeren vroeg overleden. Dan konden de ouders aan een nieuwe, meer belovende spruit beginnen en zou de soort er als geheel wel bij varen.
Want niet alleen blijven die jonge overlevers intrinsiek zwakker en zullen zeker niet zo'n grote kans hebben op ouder worden dan hun leeftijdsgenoten die anders, in zwaardere omstandigheden, ook in leven waren gebleven.
Daarbovenop komt nog dat ze nu in de gelegenheid gesteld worden om hun zwakkere genen door te geven aan een volgend geslacht, dat ook eventueel weer met kunst- en vliegwerk in leven wordt gehouden, maar op die manier de genenpool niet versterkt.
Al met al reden om sceptisch te zijn over de verwachtingen aangaande de steeds verder toenemende overlijdensleeftijd van de mens. Laat staan dat er al sprake zou zijn dat de eerste mens die 1000 jaar wordt al is geboren, zoals sommigen ons willen doen geloven.
Ook al neemt het aantal honderdjarigen hand over hand toe, de vraag is in hoeverre dat te danken is aan het grotere aantal mensen en de verbetering in zorg en voeding voor de mensen die sowieso wel oud geworden zouden zijn. Kortom, alle reden Geogette's redenering overeind te houden en aan diepgaand onderzoek te onderwerpen.
Haar stelling was dat we er niet op hoefden te rekenen dat wij, mensen, nog erg veel ouder zouden worden. Ze wees er daarbij op dat de gigantische toename van de gemiddelde leeftijd, vooral in de vorige eeuw en daarvan dan vooral na de tweede wereldoorlog, voornamelijk toe te schrijven was aan de imposante afname van de baby- en kindersterfte.
Vertelde mijn moeder nog dat mijn oma, háár schoonmoeder, een kind uit het ziekenhuis terug moest halen vanwege gebrek aan geld, waarop het dan ook prompt overleed, tegenwoordig is zoiets ondenkbaar. En zou datzelfde kind dus zijn blijven leven. Sterker nog, er blijven kinderen leven, en niet alleen (veel te) vroeg geborenen, die in andere tijden of plaatsen geen schijn van kans zouden hebben gehad. Maar hier, in deze gezondheidsbubbel in plaats en tijd, worden het goed functionerende volwassenen.
Nou, stelt Georgette, dat staat nog te bezien. Want de natuur, waar we ondanks alles nog steeds deel van uitmaken en die in hoge mate ons wel en wee bepaalt, had het niet voor niks zo geregeld dat die lichamelijk zwakkeren vroeg overleden. Dan konden de ouders aan een nieuwe, meer belovende spruit beginnen en zou de soort er als geheel wel bij varen.
Want niet alleen blijven die jonge overlevers intrinsiek zwakker en zullen zeker niet zo'n grote kans hebben op ouder worden dan hun leeftijdsgenoten die anders, in zwaardere omstandigheden, ook in leven waren gebleven.
Daarbovenop komt nog dat ze nu in de gelegenheid gesteld worden om hun zwakkere genen door te geven aan een volgend geslacht, dat ook eventueel weer met kunst- en vliegwerk in leven wordt gehouden, maar op die manier de genenpool niet versterkt.
Al met al reden om sceptisch te zijn over de verwachtingen aangaande de steeds verder toenemende overlijdensleeftijd van de mens. Laat staan dat er al sprake zou zijn dat de eerste mens die 1000 jaar wordt al is geboren, zoals sommigen ons willen doen geloven.
Ook al neemt het aantal honderdjarigen hand over hand toe, de vraag is in hoeverre dat te danken is aan het grotere aantal mensen en de verbetering in zorg en voeding voor de mensen die sowieso wel oud geworden zouden zijn. Kortom, alle reden Geogette's redenering overeind te houden en aan diepgaand onderzoek te onderwerpen.
19 januari 2011
Performance in computing, snel versus slank
Als je programmeert is je eerste beslommering dat je programma doet wat het moet doen. Als het twee rijen getallen moet optellen, moet het niet een andere bewerking daarop loslaten. En de optelling moet correct zijn.
Daarna (pas) is de performance van belang, waarbij meestal, of eigenlijk voornamelijk, aan de snelheid wordt gedacht.
Ik wil aantonen dat voor de beoordeling van (de kwaliteit van) een algoritme het geheugenbeslag, de zgn. 'footprint' van (veel) groter belang is.
De snelheid van (de uitvoering van) een proces is van veel factoren afhankelijk. Allereerst natuurlijk van het algoritme. Een in wezen traag algoritme zal nooit snel kunnen worden uitgevoerd.
Maar dan zijn er een groot scala van andere, vooral omgevingsomstandigheden van belang. Wordt de programmeertaal gecompileerd of geïnterpreteerd? Hoe modern is de processor en wat is de kloksnelheid? Kan het proces multithreaded worden uitgevoerd of niet? Is er überhaupt sprake van parallelle processing? Kan het eventueel draaien op een videokaartprocessor? En, in de (nabije?) toekomst, draait het op een quantumcomputer?
Allemaal vragen die direct van invloed zijn op de snelheid en daarmee de (doorloop)tijd van een proces.
Waarbij nog komt dat we aan tijd geen gebrek hebben. Of het proces nu binnen één seconde loopt of er weken over doet, dat kost niets meer.
Het geheugenbeslag is van een heel andere orde. Om met het laatste te beginnen, willen we een groter geheugen hebben, dan zullen we in de buidel moeten tasten, maar zelfs als we héél diepe zakken hebben, een computer heeft slechts beperkte ruimte voor geheugen.
Daarbij komt dat het algoritme bepalend is voor de hoeveelheid geheugen die vereist is. Dan maakt compileren of interpreteren niet meer uit, ja zelfs een quantumprocessor zal daar rekening mee moeten houden. Want vanzelfsprekend zal een proces dat veel geheugen vereist meer gesleep met gegevens met zich meebrengen, en daarmee trager zijn, dan een slank proces.
Uiteraard zal vrijwel altijd snelheid van groter belang blijven, maar het ontwerp van het algoritme moet meer op het geheugenbeslag gericht zijn. En voor de snelheid moeten we dan de juiste andere factoren kiezen. Dan krijgen we een optimale oplossing.
Daarna (pas) is de performance van belang, waarbij meestal, of eigenlijk voornamelijk, aan de snelheid wordt gedacht.
Ik wil aantonen dat voor de beoordeling van (de kwaliteit van) een algoritme het geheugenbeslag, de zgn. 'footprint' van (veel) groter belang is.
De snelheid van (de uitvoering van) een proces is van veel factoren afhankelijk. Allereerst natuurlijk van het algoritme. Een in wezen traag algoritme zal nooit snel kunnen worden uitgevoerd.
Maar dan zijn er een groot scala van andere, vooral omgevingsomstandigheden van belang. Wordt de programmeertaal gecompileerd of geïnterpreteerd? Hoe modern is de processor en wat is de kloksnelheid? Kan het proces multithreaded worden uitgevoerd of niet? Is er überhaupt sprake van parallelle processing? Kan het eventueel draaien op een videokaartprocessor? En, in de (nabije?) toekomst, draait het op een quantumcomputer?
Allemaal vragen die direct van invloed zijn op de snelheid en daarmee de (doorloop)tijd van een proces.
Waarbij nog komt dat we aan tijd geen gebrek hebben. Of het proces nu binnen één seconde loopt of er weken over doet, dat kost niets meer.
Het geheugenbeslag is van een heel andere orde. Om met het laatste te beginnen, willen we een groter geheugen hebben, dan zullen we in de buidel moeten tasten, maar zelfs als we héél diepe zakken hebben, een computer heeft slechts beperkte ruimte voor geheugen.
Daarbij komt dat het algoritme bepalend is voor de hoeveelheid geheugen die vereist is. Dan maakt compileren of interpreteren niet meer uit, ja zelfs een quantumprocessor zal daar rekening mee moeten houden. Want vanzelfsprekend zal een proces dat veel geheugen vereist meer gesleep met gegevens met zich meebrengen, en daarmee trager zijn, dan een slank proces.
Uiteraard zal vrijwel altijd snelheid van groter belang blijven, maar het ontwerp van het algoritme moet meer op het geheugenbeslag gericht zijn. En voor de snelheid moeten we dan de juiste andere factoren kiezen. Dan krijgen we een optimale oplossing.
15 januari 2011
Geruststellen
Soms hebben mensen er last van als een ander niet attent is tegen hen, onaardig doet of zich zelfs onheus gedraagt. Die mensen hebben dan het idee dat zij iets doen waardoor ze bij die ander dat gedrag oproepen, waardoor zij er dus de oorzaak van, om niet te zeggen verantwoordelijk voor zijn.
Laatst heb ik iemand op andere gedachten kunnen brengen door op te merken dat die ander waarschijnlijk zo in elkaar zit, bij iedereen zich zo onaangenaam gedraagt, zonder aanziens des persoons. Dus daarmee is er van verantwoordelijkheid, laat staan schuld, geen sprake is.
Dat bleek zó'n geruststellende gedachte voor haar te zijn dat ze onlangs nog eens noemde hoe goed dat haar had gedaan.
Laatst heb ik iemand op andere gedachten kunnen brengen door op te merken dat die ander waarschijnlijk zo in elkaar zit, bij iedereen zich zo onaangenaam gedraagt, zonder aanziens des persoons. Dus daarmee is er van verantwoordelijkheid, laat staan schuld, geen sprake is.
Dat bleek zó'n geruststellende gedachte voor haar te zijn dat ze onlangs nog eens noemde hoe goed dat haar had gedaan.
9 januari 2011
Visie
Kocht gisteren weer eens een krant. In de bijlage, NRC weekblad, het verhaal van Lorella Zanardo. Daarin een prachtig voorbeeld van haar over visie, ook al noemt ze dat niet.
"Ik vertel op school altijd over hertog Visconti van Milaan.
Die riep in 1500 een architect bij zich en zei: ‘Ik wil een Dom maken.’ De architect kwam, liet een tekening zien en zei: ‘Dit is de Dom, hij wordt heel mooi.’
‘Hoe lang duurt het om hem te bouwen,’ vroeg Visconti. ‘Vijfhonderd jaar,’ antwoordde de architect. ‘Prima,’ zei Visconti. Hij zette zijn handtekening en de architect begon.
Visconti stierf en heeft enkel de fundamenten gezien en een zuil van de kerk."
28 december 2010
Wet van de kleine getallen.
Bij het lezen van het bericht dat het aantal doden dat gevallen is bij wat dan aangeduid wordt als 'doding-zelfdoding', waarbij dus de dader ook zichzelf het leven beneemt, moest ik denken aan wat ik de "wet van de kleine getallen" noemde. Die wet had ik zelf bedacht *) en luidde kort en goed dat "voor kleine getallen gaat de wet van de grote getallen niet op". Het leek me een trivialiteit, maar er was alle reden om dat in een extra wet te verwoorden want er waren maar al te veel mensen die al te graag ook op kleine getallen de wet van de grote getallen toepasten.
Zoals nu. Het aantal gevallen van doding-zelfdoding is in één jaar gestegen van 9 tot 22. Meer dan 100% wordt er dan bij gezegd, waarbij de grote-getallen-wet al om de hoek loert. Maar het is absoluut niet duidelijk wat het gemiddelde over bijvoorbeeld de laatste 10 jaar is. En bovendien is dat aantal van 9 zó klein, als er één geval meer of minder is is dat al een stijging van 11%!
Typisch een geval van de wet van de kleine getallen.
De minimale toe- of afname is 1, dus 9 is weinig. En 22 is nog steeds weinig. En 13 erbij lijkt wel veel, maar is dat niet. Eén ouder die die zichzelf, de partner en 3 kinderen vermoordt en we zitten al bijna op de helft van de toename. En als een groot deel van de groei al door één zo'n incident veroorzaakt kan worden, dan is er geen spraken van een trend, maar van een toevalligheid.
Kijk eens naar het aantal berichten in deze blog dat ik heb geproduceerd. Deze maand maar liefst 3 keer zoveel als de maand daarvoor! En anderhalf keer hoger dan het maandgemiddelde van bijna 6!!
Geen enkele waarde aan toekennen. Allemaal kleine getallen.
Kortom, op kleine aantallen laten we geen statistiek los, we doen er geen procentuele uitspraken over, we vergelijken de getallen zelfs niet met elkaar. Het zijn er méér, in dit geval althans. That's it.
*) Toen ik deze wet een keer verwoordde tegen een collega, zei ik erbij dat dat mijn 3de wet was. Met open ogen trapte hij in het valstrikje dat ik daarmee had gezet.
"Wat zijn die andere twee dan?" vroeg hij. "Die zijn te moeilijk voor jou, zou je toch niet begrijpen." liet ik hem weten
Zoals nu. Het aantal gevallen van doding-zelfdoding is in één jaar gestegen van 9 tot 22. Meer dan 100% wordt er dan bij gezegd, waarbij de grote-getallen-wet al om de hoek loert. Maar het is absoluut niet duidelijk wat het gemiddelde over bijvoorbeeld de laatste 10 jaar is. En bovendien is dat aantal van 9 zó klein, als er één geval meer of minder is is dat al een stijging van 11%!
Typisch een geval van de wet van de kleine getallen.
De minimale toe- of afname is 1, dus 9 is weinig. En 22 is nog steeds weinig. En 13 erbij lijkt wel veel, maar is dat niet. Eén ouder die die zichzelf, de partner en 3 kinderen vermoordt en we zitten al bijna op de helft van de toename. En als een groot deel van de groei al door één zo'n incident veroorzaakt kan worden, dan is er geen spraken van een trend, maar van een toevalligheid.
Kijk eens naar het aantal berichten in deze blog dat ik heb geproduceerd. Deze maand maar liefst 3 keer zoveel als de maand daarvoor! En anderhalf keer hoger dan het maandgemiddelde van bijna 6!!
Geen enkele waarde aan toekennen. Allemaal kleine getallen.
Kortom, op kleine aantallen laten we geen statistiek los, we doen er geen procentuele uitspraken over, we vergelijken de getallen zelfs niet met elkaar. Het zijn er méér, in dit geval althans. That's it.
*) Toen ik deze wet een keer verwoordde tegen een collega, zei ik erbij dat dat mijn 3de wet was. Met open ogen trapte hij in het valstrikje dat ik daarmee had gezet.
"Wat zijn die andere twee dan?" vroeg hij. "Die zijn te moeilijk voor jou, zou je toch niet begrijpen." liet ik hem weten
24 december 2010
Moeders gezegde (3)
Kwam vanochtend plotseling boven toen ik achter een wel héél trage auto reed: " Schiet op,een uur is te lang." dacht ik.
Van eer ik kon praten heb ik dat al gehoord, dus(?) pas recent realiseerde ik me dat ik dat altijd als een mantra voor "dat duurt te lang" heb ervaren en nooit de inhoud heb gehoord. Zoals met andere uitspraken van haar.
20 december 2010
PvdA
Zag gisteren bij toeval een reclame van de PvdA en het viel me opnieuw op hoe gedateerd die naam eigenlijk is. "Partij van de Arbeid" is zó jaren '50/'60 van vorige eeuw, dat kan anno 2011 ècht niet meer. Het woord 'arbeid' alleen al.
Werk is veel minder belangrijk geworden en is bovendien vrijwel gegarandeerd. Onvrijwillig werkeloos komt nauwelijks meer voor en de sociale voorzieningen in Nederland horen tot de beste van de wereld.
Andere issues zoals gelijkberechtiging, milieu, vergrijzing, rechtshandhaving zijn allemaal vele malen belangrijker geworden.
Een moment later kwam mijn onderbewuste met het voorstel: "Partij voor de Ander", maar ik realiseerde me vrijwel meteen dat je met zo'n naam het je politieke tegenstanders wel èrg makkelijk maakt. "Dat is geen partij voor u, maar voor de ander." Zij het dat het de mensen die wèl nadenken zou kunnen aanspreken.
Mogelijk zit er niets anders op dan, net als het CDA eind jaren '70, te fuseren met andere partijen, GroenLinks, D66, eventueel de SP, zodat er een nieuwe, aansprekende naam bedacht kan worden.
Die dan, hopelijk, weer een halve eeuw mee kan.
Werk is veel minder belangrijk geworden en is bovendien vrijwel gegarandeerd. Onvrijwillig werkeloos komt nauwelijks meer voor en de sociale voorzieningen in Nederland horen tot de beste van de wereld.
Andere issues zoals gelijkberechtiging, milieu, vergrijzing, rechtshandhaving zijn allemaal vele malen belangrijker geworden.
Een moment later kwam mijn onderbewuste met het voorstel: "Partij voor de Ander", maar ik realiseerde me vrijwel meteen dat je met zo'n naam het je politieke tegenstanders wel èrg makkelijk maakt. "Dat is geen partij voor u, maar voor de ander." Zij het dat het de mensen die wèl nadenken zou kunnen aanspreken.
Mogelijk zit er niets anders op dan, net als het CDA eind jaren '70, te fuseren met andere partijen, GroenLinks, D66, eventueel de SP, zodat er een nieuwe, aansprekende naam bedacht kan worden.
Die dan, hopelijk, weer een halve eeuw mee kan.
Abonneren op:
Posts (Atom)