Enkele weken geleden was ik op de markt bij mijn vaste dierenkraam waar ik mijn voorraad voer voor de buitenvogels aanvulde. Op mijn vraag kwam de marktkoopman (raar woord ...) met allerlei nestkasten, van boomkruiperhok tot mussenflat, met de mededeling dat hij ging stoppen met die handel (ook zo'n typisch marktwoord). De omloopsnelheid was te gering en het ruimtebeslag, in zijn bus, te groot. Ik had daar voordeel bij want ik kon een mooie deal maken en ging met 4 kasten naar huis.
Thuis gekomen triggerde met name dat tweede argument mij. Waarom dacht ik, bestaan er geen zelfbouwpakketten voor nestkasten? Á la de meubels van Ikea die je ook met alleen zo'n sleuteltje in elkaar schroeft. Toegegeven, zo nu en dan moet je met een groot aantal kleine spijkertjes de achterwand van bijvoorbeeld een billy, inmiddels uitgegroeid tot een productnaam, vastzetten, maar dat is dan ook het enige.
Groot verschil zou zijn dat de nestkasten weerbestendig moeten zijn. Sterker nog, het dakje, bij voorkeur aflopend, moet van een vochtwerende laag voorzien zijn. En de materialen van Ikea zijn daar voorlopig nog niet op berekend.
Gisteren zag ik in een reclamefolder van Intratuin dat die een skelet voor een kweekkasje aanbood, van hardhout. De prijs was er naar, bijna € 2000, maar het idee was goed.
Toen was het nog maar een kleine sprong van de zelfbouw nestkastjes naar de zelfbouw van alles wat mensen aan bouwsels in hun tuin zetten. Blokhutten, kweekkassen, schommels, you name it en het kan middels een bouwpakket in elkaar worden gezet.
Blijft de bescherming tegen de weersinvloeden. Dat kan door verantwoord hardhout te gebruiken of de gebruiker het regelmatig te laten verven. Ik vermoed dat het eerste duurzamer is.
Benieuwd wanneer Ikea of een ander bedrijf hierin springt.
10 maart 2011
1 maart 2011
Niet vergeten
Ik heb een notoir slecht geheugen. Zo weet ik nog (sic!) dat ik van mijn schoolmeester in de vijfde klas van de lagere school te horen kreeg dat het geheugen, net als de rest van je lijf, te trainen was. Je moest dan bijvoorbeeld voor een etalage gaan staan en vervolgens je proberen te herinneren wat daar lag of stond. Dus ik na schooltijd 5 minuten voor Loefs Meubelspeciaalzaak geprobeerd me die etalage in te prenten om die vervolgens te recapituleren. Dat viel nog niet mee, herinner ik me, waarbij ik niet meer weet of dat zó ontmoedigend was dat ik me er verder niet meer aan gewaagd heb. Wèl dat het bij een eenmalige poging gebleven is.
Ook in m'n verdere leven is het onderwerp me blijven trekken en kocht ik oefen- en trainingsboekjes voor mijn geheugen om dat op een hoger peil te brengen. Je moest idiote combinaties maken van woorden die je moest onthouden, dus nooit zal ik het eerste voorbeeld vergeten, waarin je de woorden pistool en room moest onthouden en je werd aangeraden dat te doen door een pistool dat een dot slagroom produceerde te visualiseren. Reden dat dit beeld vervolgens in mijn geheugen geëtst werd.
Eén van de technieken die ik echter nog steeds toepas - als ik dat althans niet vergeet! - is een manier om een bepaald voorwerp aan een bepaalde plaats te verankeren en hoe handig dat kan zijn om iets niet te vergeten.
Stel je gaat boodschappen doen en er moet margarine worden meegenomen. Dat wil je beslist niet vergeten.
Je kunt dan een tot enorme proporties opgezwollen kuipje margarine voorstellen, van het soort dat je altijd meeneemt, dat de deur van de supermarkt verspert als je die wil uitgaan. Als je dat goed levendig doet en je stelt je dat daadwerkelijk voor met zo veel mogelijk details, dan blijkt die deur met die omgeving later, als je hem nadert, het beeld van dat kuipje margarine op te roepen en je kunt alsnog, als dat tenminste nodig is, terug om je omissie te herstellen.
Slimmer is natuurlijk om dat vóór de kassa te doen en het handigst is dat te doen op de plek waar de margarine in de koelkast staat. Dus daar visualiseer je zeer helder dat pompeuze kuipje dat, hoe idioter hoe beter, tegen de deur van de koeling aanbonkt om te worden vrijgelaten.
Uiteraard kan dat niet alleen met de margarine, maar ook met de andere producten en als je een volleerd geheugengymnasiast bent dan heb je je complete boodschappenbriefje als een pad door de winkel gevisualiseerd. Als extra controle tel je dan nog het aantal producten dat je in je winkelwagentje hebt en klopt dat, dan is het niet onwaarschijnlijk dat je geheugen naar behoren werkt.
Ook in m'n verdere leven is het onderwerp me blijven trekken en kocht ik oefen- en trainingsboekjes voor mijn geheugen om dat op een hoger peil te brengen. Je moest idiote combinaties maken van woorden die je moest onthouden, dus nooit zal ik het eerste voorbeeld vergeten, waarin je de woorden pistool en room moest onthouden en je werd aangeraden dat te doen door een pistool dat een dot slagroom produceerde te visualiseren. Reden dat dit beeld vervolgens in mijn geheugen geëtst werd.
Eén van de technieken die ik echter nog steeds toepas - als ik dat althans niet vergeet! - is een manier om een bepaald voorwerp aan een bepaalde plaats te verankeren en hoe handig dat kan zijn om iets niet te vergeten.
Stel je gaat boodschappen doen en er moet margarine worden meegenomen. Dat wil je beslist niet vergeten.
Je kunt dan een tot enorme proporties opgezwollen kuipje margarine voorstellen, van het soort dat je altijd meeneemt, dat de deur van de supermarkt verspert als je die wil uitgaan. Als je dat goed levendig doet en je stelt je dat daadwerkelijk voor met zo veel mogelijk details, dan blijkt die deur met die omgeving later, als je hem nadert, het beeld van dat kuipje margarine op te roepen en je kunt alsnog, als dat tenminste nodig is, terug om je omissie te herstellen.
Slimmer is natuurlijk om dat vóór de kassa te doen en het handigst is dat te doen op de plek waar de margarine in de koelkast staat. Dus daar visualiseer je zeer helder dat pompeuze kuipje dat, hoe idioter hoe beter, tegen de deur van de koeling aanbonkt om te worden vrijgelaten.
Uiteraard kan dat niet alleen met de margarine, maar ook met de andere producten en als je een volleerd geheugengymnasiast bent dan heb je je complete boodschappenbriefje als een pad door de winkel gevisualiseerd. Als extra controle tel je dan nog het aantal producten dat je in je winkelwagentje hebt en klopt dat, dan is het niet onwaarschijnlijk dat je geheugen naar behoren werkt.
12 februari 2011
Webhosting
Er zijn nogal wat bedrijfjes die websites hosten en er vervolgens een potje van maken. De faciliteiten waarmee je gelokt bent blijken er in werkelijkheid anders uit te zien, de prijzen zijn minder doorzichtig en altijd hoger dan je voorgespiegeld werd en op de helpdesk is men nooit thuis, terwijl je tegen een stevig minuuttarief gevraagd wordt te wachten.
Als je dan je met moeite bedachte en natuurlijk zéér unieke domeinnaam daar hebt laten registreren, krijg jij een probleem, want ondanks hun mooie beloften blijken ze niet aangesloten bij een overkoepelende organisatie die regelt dat jij je naam terugkrijgt, dus als jij niet doet wat of hoe zij willen, kun je fluiten naar die eigen domeinnaam.
Daar heb ik nu een oplossing voor bedacht.
Je registreert je naam bij de ene provider en laat die doorverwijzen naar een website bij de andere, waarbij je die twee naar hartelust kunt kiezen.
Omdat de eerste je domeinnaam beheert is het van belang dat die een zekere robuustheid heeft, dus niet bij iedere economisch tegenwindje omvalt. En niet al te duur is, want alles wat hij levert is overhead. Of liever, eigenlijk is het de verzekeringspremie tegen het kwijtraken van je domeinnaam. De kans echter dat je ruzie met hem krijgt is nihil, want je doet er niks.
Die andere provider kun je ook willekeurig kiezen, bijvoorbeeld degene met de meeste value for money. Daar maak je je eigenlijke website, onder een of andere niet ter zake doende naam, waar die eerste domeinnaam dan naar verwijst.Trek je daarbij niks aan - nou ja, nìks is misschien wel erg weinig - van hoe ze presteren, als het je niet bevalt haal je je site daar weg, laat hen lekker zitten met die fake domeinnaam en trek je weer verder. Nieuwe provider, nieuwe verwijsnaam en het spel gaat weer op de wagen.
Voor mij is het duidelijk en zijn, nú, de keuzes voor Hostnet.nl om mijn domeinnamen te registreren en One.com voor mijn sites. De eerste omdat die 5 jaar lang registratie biedt voor € 2.50 per jaar, waar dan nog €5 per jaar bijkomt voor doorverwijzen. De tweede, van oorsprong Deense provider, omdat die àlles levert voor, hou je even vast, € 1.25 per maand, dus € 15 per jaar!
Hoe eenvoudig kan het leven zijn?
Als je dan je met moeite bedachte en natuurlijk zéér unieke domeinnaam daar hebt laten registreren, krijg jij een probleem, want ondanks hun mooie beloften blijken ze niet aangesloten bij een overkoepelende organisatie die regelt dat jij je naam terugkrijgt, dus als jij niet doet wat of hoe zij willen, kun je fluiten naar die eigen domeinnaam.
Daar heb ik nu een oplossing voor bedacht.
Je registreert je naam bij de ene provider en laat die doorverwijzen naar een website bij de andere, waarbij je die twee naar hartelust kunt kiezen.
Omdat de eerste je domeinnaam beheert is het van belang dat die een zekere robuustheid heeft, dus niet bij iedere economisch tegenwindje omvalt. En niet al te duur is, want alles wat hij levert is overhead. Of liever, eigenlijk is het de verzekeringspremie tegen het kwijtraken van je domeinnaam. De kans echter dat je ruzie met hem krijgt is nihil, want je doet er niks.
Die andere provider kun je ook willekeurig kiezen, bijvoorbeeld degene met de meeste value for money. Daar maak je je eigenlijke website, onder een of andere niet ter zake doende naam, waar die eerste domeinnaam dan naar verwijst.Trek je daarbij niks aan - nou ja, nìks is misschien wel erg weinig - van hoe ze presteren, als het je niet bevalt haal je je site daar weg, laat hen lekker zitten met die fake domeinnaam en trek je weer verder. Nieuwe provider, nieuwe verwijsnaam en het spel gaat weer op de wagen.
Voor mij is het duidelijk en zijn, nú, de keuzes voor Hostnet.nl om mijn domeinnamen te registreren en One.com voor mijn sites. De eerste omdat die 5 jaar lang registratie biedt voor € 2.50 per jaar, waar dan nog €5 per jaar bijkomt voor doorverwijzen. De tweede, van oorsprong Deense provider, omdat die àlles levert voor, hou je even vast, € 1.25 per maand, dus € 15 per jaar!
Hoe eenvoudig kan het leven zijn?
10 februari 2011
Worden we erg veel ouder?
Onze goede vriendin Georgette K. ventileerde een aantal jaren geleden een gedachte die mij uiterst plausibel voorkwam en die ik, verbonden met haar naam, voor de vergetelheid wil behoeden.
Haar stelling was dat we er niet op hoefden te rekenen dat wij, mensen, nog erg veel ouder zouden worden. Ze wees er daarbij op dat de gigantische toename van de gemiddelde leeftijd, vooral in de vorige eeuw en daarvan dan vooral na de tweede wereldoorlog, voornamelijk toe te schrijven was aan de imposante afname van de baby- en kindersterfte.
Vertelde mijn moeder nog dat mijn oma, háár schoonmoeder, een kind uit het ziekenhuis terug moest halen vanwege gebrek aan geld, waarop het dan ook prompt overleed, tegenwoordig is zoiets ondenkbaar. En zou datzelfde kind dus zijn blijven leven. Sterker nog, er blijven kinderen leven, en niet alleen (veel te) vroeg geborenen, die in andere tijden of plaatsen geen schijn van kans zouden hebben gehad. Maar hier, in deze gezondheidsbubbel in plaats en tijd, worden het goed functionerende volwassenen.
Nou, stelt Georgette, dat staat nog te bezien. Want de natuur, waar we ondanks alles nog steeds deel van uitmaken en die in hoge mate ons wel en wee bepaalt, had het niet voor niks zo geregeld dat die lichamelijk zwakkeren vroeg overleden. Dan konden de ouders aan een nieuwe, meer belovende spruit beginnen en zou de soort er als geheel wel bij varen.
Want niet alleen blijven die jonge overlevers intrinsiek zwakker en zullen zeker niet zo'n grote kans hebben op ouder worden dan hun leeftijdsgenoten die anders, in zwaardere omstandigheden, ook in leven waren gebleven.
Daarbovenop komt nog dat ze nu in de gelegenheid gesteld worden om hun zwakkere genen door te geven aan een volgend geslacht, dat ook eventueel weer met kunst- en vliegwerk in leven wordt gehouden, maar op die manier de genenpool niet versterkt.
Al met al reden om sceptisch te zijn over de verwachtingen aangaande de steeds verder toenemende overlijdensleeftijd van de mens. Laat staan dat er al sprake zou zijn dat de eerste mens die 1000 jaar wordt al is geboren, zoals sommigen ons willen doen geloven.
Ook al neemt het aantal honderdjarigen hand over hand toe, de vraag is in hoeverre dat te danken is aan het grotere aantal mensen en de verbetering in zorg en voeding voor de mensen die sowieso wel oud geworden zouden zijn. Kortom, alle reden Geogette's redenering overeind te houden en aan diepgaand onderzoek te onderwerpen.
Haar stelling was dat we er niet op hoefden te rekenen dat wij, mensen, nog erg veel ouder zouden worden. Ze wees er daarbij op dat de gigantische toename van de gemiddelde leeftijd, vooral in de vorige eeuw en daarvan dan vooral na de tweede wereldoorlog, voornamelijk toe te schrijven was aan de imposante afname van de baby- en kindersterfte.
Vertelde mijn moeder nog dat mijn oma, háár schoonmoeder, een kind uit het ziekenhuis terug moest halen vanwege gebrek aan geld, waarop het dan ook prompt overleed, tegenwoordig is zoiets ondenkbaar. En zou datzelfde kind dus zijn blijven leven. Sterker nog, er blijven kinderen leven, en niet alleen (veel te) vroeg geborenen, die in andere tijden of plaatsen geen schijn van kans zouden hebben gehad. Maar hier, in deze gezondheidsbubbel in plaats en tijd, worden het goed functionerende volwassenen.
Nou, stelt Georgette, dat staat nog te bezien. Want de natuur, waar we ondanks alles nog steeds deel van uitmaken en die in hoge mate ons wel en wee bepaalt, had het niet voor niks zo geregeld dat die lichamelijk zwakkeren vroeg overleden. Dan konden de ouders aan een nieuwe, meer belovende spruit beginnen en zou de soort er als geheel wel bij varen.
Want niet alleen blijven die jonge overlevers intrinsiek zwakker en zullen zeker niet zo'n grote kans hebben op ouder worden dan hun leeftijdsgenoten die anders, in zwaardere omstandigheden, ook in leven waren gebleven.
Daarbovenop komt nog dat ze nu in de gelegenheid gesteld worden om hun zwakkere genen door te geven aan een volgend geslacht, dat ook eventueel weer met kunst- en vliegwerk in leven wordt gehouden, maar op die manier de genenpool niet versterkt.
Al met al reden om sceptisch te zijn over de verwachtingen aangaande de steeds verder toenemende overlijdensleeftijd van de mens. Laat staan dat er al sprake zou zijn dat de eerste mens die 1000 jaar wordt al is geboren, zoals sommigen ons willen doen geloven.
Ook al neemt het aantal honderdjarigen hand over hand toe, de vraag is in hoeverre dat te danken is aan het grotere aantal mensen en de verbetering in zorg en voeding voor de mensen die sowieso wel oud geworden zouden zijn. Kortom, alle reden Geogette's redenering overeind te houden en aan diepgaand onderzoek te onderwerpen.
19 januari 2011
Performance in computing, snel versus slank
Als je programmeert is je eerste beslommering dat je programma doet wat het moet doen. Als het twee rijen getallen moet optellen, moet het niet een andere bewerking daarop loslaten. En de optelling moet correct zijn.
Daarna (pas) is de performance van belang, waarbij meestal, of eigenlijk voornamelijk, aan de snelheid wordt gedacht.
Ik wil aantonen dat voor de beoordeling van (de kwaliteit van) een algoritme het geheugenbeslag, de zgn. 'footprint' van (veel) groter belang is.
De snelheid van (de uitvoering van) een proces is van veel factoren afhankelijk. Allereerst natuurlijk van het algoritme. Een in wezen traag algoritme zal nooit snel kunnen worden uitgevoerd.
Maar dan zijn er een groot scala van andere, vooral omgevingsomstandigheden van belang. Wordt de programmeertaal gecompileerd of geïnterpreteerd? Hoe modern is de processor en wat is de kloksnelheid? Kan het proces multithreaded worden uitgevoerd of niet? Is er überhaupt sprake van parallelle processing? Kan het eventueel draaien op een videokaartprocessor? En, in de (nabije?) toekomst, draait het op een quantumcomputer?
Allemaal vragen die direct van invloed zijn op de snelheid en daarmee de (doorloop)tijd van een proces.
Waarbij nog komt dat we aan tijd geen gebrek hebben. Of het proces nu binnen één seconde loopt of er weken over doet, dat kost niets meer.
Het geheugenbeslag is van een heel andere orde. Om met het laatste te beginnen, willen we een groter geheugen hebben, dan zullen we in de buidel moeten tasten, maar zelfs als we héél diepe zakken hebben, een computer heeft slechts beperkte ruimte voor geheugen.
Daarbij komt dat het algoritme bepalend is voor de hoeveelheid geheugen die vereist is. Dan maakt compileren of interpreteren niet meer uit, ja zelfs een quantumprocessor zal daar rekening mee moeten houden. Want vanzelfsprekend zal een proces dat veel geheugen vereist meer gesleep met gegevens met zich meebrengen, en daarmee trager zijn, dan een slank proces.
Uiteraard zal vrijwel altijd snelheid van groter belang blijven, maar het ontwerp van het algoritme moet meer op het geheugenbeslag gericht zijn. En voor de snelheid moeten we dan de juiste andere factoren kiezen. Dan krijgen we een optimale oplossing.
Daarna (pas) is de performance van belang, waarbij meestal, of eigenlijk voornamelijk, aan de snelheid wordt gedacht.
Ik wil aantonen dat voor de beoordeling van (de kwaliteit van) een algoritme het geheugenbeslag, de zgn. 'footprint' van (veel) groter belang is.
De snelheid van (de uitvoering van) een proces is van veel factoren afhankelijk. Allereerst natuurlijk van het algoritme. Een in wezen traag algoritme zal nooit snel kunnen worden uitgevoerd.
Maar dan zijn er een groot scala van andere, vooral omgevingsomstandigheden van belang. Wordt de programmeertaal gecompileerd of geïnterpreteerd? Hoe modern is de processor en wat is de kloksnelheid? Kan het proces multithreaded worden uitgevoerd of niet? Is er überhaupt sprake van parallelle processing? Kan het eventueel draaien op een videokaartprocessor? En, in de (nabije?) toekomst, draait het op een quantumcomputer?
Allemaal vragen die direct van invloed zijn op de snelheid en daarmee de (doorloop)tijd van een proces.
Waarbij nog komt dat we aan tijd geen gebrek hebben. Of het proces nu binnen één seconde loopt of er weken over doet, dat kost niets meer.
Het geheugenbeslag is van een heel andere orde. Om met het laatste te beginnen, willen we een groter geheugen hebben, dan zullen we in de buidel moeten tasten, maar zelfs als we héél diepe zakken hebben, een computer heeft slechts beperkte ruimte voor geheugen.
Daarbij komt dat het algoritme bepalend is voor de hoeveelheid geheugen die vereist is. Dan maakt compileren of interpreteren niet meer uit, ja zelfs een quantumprocessor zal daar rekening mee moeten houden. Want vanzelfsprekend zal een proces dat veel geheugen vereist meer gesleep met gegevens met zich meebrengen, en daarmee trager zijn, dan een slank proces.
Uiteraard zal vrijwel altijd snelheid van groter belang blijven, maar het ontwerp van het algoritme moet meer op het geheugenbeslag gericht zijn. En voor de snelheid moeten we dan de juiste andere factoren kiezen. Dan krijgen we een optimale oplossing.
15 januari 2011
Geruststellen
Soms hebben mensen er last van als een ander niet attent is tegen hen, onaardig doet of zich zelfs onheus gedraagt. Die mensen hebben dan het idee dat zij iets doen waardoor ze bij die ander dat gedrag oproepen, waardoor zij er dus de oorzaak van, om niet te zeggen verantwoordelijk voor zijn.
Laatst heb ik iemand op andere gedachten kunnen brengen door op te merken dat die ander waarschijnlijk zo in elkaar zit, bij iedereen zich zo onaangenaam gedraagt, zonder aanziens des persoons. Dus daarmee is er van verantwoordelijkheid, laat staan schuld, geen sprake is.
Dat bleek zó'n geruststellende gedachte voor haar te zijn dat ze onlangs nog eens noemde hoe goed dat haar had gedaan.
Laatst heb ik iemand op andere gedachten kunnen brengen door op te merken dat die ander waarschijnlijk zo in elkaar zit, bij iedereen zich zo onaangenaam gedraagt, zonder aanziens des persoons. Dus daarmee is er van verantwoordelijkheid, laat staan schuld, geen sprake is.
Dat bleek zó'n geruststellende gedachte voor haar te zijn dat ze onlangs nog eens noemde hoe goed dat haar had gedaan.
9 januari 2011
Visie
Kocht gisteren weer eens een krant. In de bijlage, NRC weekblad, het verhaal van Lorella Zanardo. Daarin een prachtig voorbeeld van haar over visie, ook al noemt ze dat niet.
"Ik vertel op school altijd over hertog Visconti van Milaan.
Die riep in 1500 een architect bij zich en zei: ‘Ik wil een Dom maken.’ De architect kwam, liet een tekening zien en zei: ‘Dit is de Dom, hij wordt heel mooi.’
‘Hoe lang duurt het om hem te bouwen,’ vroeg Visconti. ‘Vijfhonderd jaar,’ antwoordde de architect. ‘Prima,’ zei Visconti. Hij zette zijn handtekening en de architect begon.
Visconti stierf en heeft enkel de fundamenten gezien en een zuil van de kerk."
28 december 2010
Wet van de kleine getallen.
Bij het lezen van het bericht dat het aantal doden dat gevallen is bij wat dan aangeduid wordt als 'doding-zelfdoding', waarbij dus de dader ook zichzelf het leven beneemt, moest ik denken aan wat ik de "wet van de kleine getallen" noemde. Die wet had ik zelf bedacht *) en luidde kort en goed dat "voor kleine getallen gaat de wet van de grote getallen niet op". Het leek me een trivialiteit, maar er was alle reden om dat in een extra wet te verwoorden want er waren maar al te veel mensen die al te graag ook op kleine getallen de wet van de grote getallen toepasten.
Zoals nu. Het aantal gevallen van doding-zelfdoding is in één jaar gestegen van 9 tot 22. Meer dan 100% wordt er dan bij gezegd, waarbij de grote-getallen-wet al om de hoek loert. Maar het is absoluut niet duidelijk wat het gemiddelde over bijvoorbeeld de laatste 10 jaar is. En bovendien is dat aantal van 9 zó klein, als er één geval meer of minder is is dat al een stijging van 11%!
Typisch een geval van de wet van de kleine getallen.
De minimale toe- of afname is 1, dus 9 is weinig. En 22 is nog steeds weinig. En 13 erbij lijkt wel veel, maar is dat niet. Eén ouder die die zichzelf, de partner en 3 kinderen vermoordt en we zitten al bijna op de helft van de toename. En als een groot deel van de groei al door één zo'n incident veroorzaakt kan worden, dan is er geen spraken van een trend, maar van een toevalligheid.
Kijk eens naar het aantal berichten in deze blog dat ik heb geproduceerd. Deze maand maar liefst 3 keer zoveel als de maand daarvoor! En anderhalf keer hoger dan het maandgemiddelde van bijna 6!!
Geen enkele waarde aan toekennen. Allemaal kleine getallen.
Kortom, op kleine aantallen laten we geen statistiek los, we doen er geen procentuele uitspraken over, we vergelijken de getallen zelfs niet met elkaar. Het zijn er méér, in dit geval althans. That's it.
*) Toen ik deze wet een keer verwoordde tegen een collega, zei ik erbij dat dat mijn 3de wet was. Met open ogen trapte hij in het valstrikje dat ik daarmee had gezet.
"Wat zijn die andere twee dan?" vroeg hij. "Die zijn te moeilijk voor jou, zou je toch niet begrijpen." liet ik hem weten
Zoals nu. Het aantal gevallen van doding-zelfdoding is in één jaar gestegen van 9 tot 22. Meer dan 100% wordt er dan bij gezegd, waarbij de grote-getallen-wet al om de hoek loert. Maar het is absoluut niet duidelijk wat het gemiddelde over bijvoorbeeld de laatste 10 jaar is. En bovendien is dat aantal van 9 zó klein, als er één geval meer of minder is is dat al een stijging van 11%!
Typisch een geval van de wet van de kleine getallen.
De minimale toe- of afname is 1, dus 9 is weinig. En 22 is nog steeds weinig. En 13 erbij lijkt wel veel, maar is dat niet. Eén ouder die die zichzelf, de partner en 3 kinderen vermoordt en we zitten al bijna op de helft van de toename. En als een groot deel van de groei al door één zo'n incident veroorzaakt kan worden, dan is er geen spraken van een trend, maar van een toevalligheid.
Kijk eens naar het aantal berichten in deze blog dat ik heb geproduceerd. Deze maand maar liefst 3 keer zoveel als de maand daarvoor! En anderhalf keer hoger dan het maandgemiddelde van bijna 6!!
Geen enkele waarde aan toekennen. Allemaal kleine getallen.
Kortom, op kleine aantallen laten we geen statistiek los, we doen er geen procentuele uitspraken over, we vergelijken de getallen zelfs niet met elkaar. Het zijn er méér, in dit geval althans. That's it.
*) Toen ik deze wet een keer verwoordde tegen een collega, zei ik erbij dat dat mijn 3de wet was. Met open ogen trapte hij in het valstrikje dat ik daarmee had gezet.
"Wat zijn die andere twee dan?" vroeg hij. "Die zijn te moeilijk voor jou, zou je toch niet begrijpen." liet ik hem weten
24 december 2010
Moeders gezegde (3)
Kwam vanochtend plotseling boven toen ik achter een wel héél trage auto reed: " Schiet op,een uur is te lang." dacht ik.
Van eer ik kon praten heb ik dat al gehoord, dus(?) pas recent realiseerde ik me dat ik dat altijd als een mantra voor "dat duurt te lang" heb ervaren en nooit de inhoud heb gehoord. Zoals met andere uitspraken van haar.
20 december 2010
PvdA
Zag gisteren bij toeval een reclame van de PvdA en het viel me opnieuw op hoe gedateerd die naam eigenlijk is. "Partij van de Arbeid" is zó jaren '50/'60 van vorige eeuw, dat kan anno 2011 ècht niet meer. Het woord 'arbeid' alleen al.
Werk is veel minder belangrijk geworden en is bovendien vrijwel gegarandeerd. Onvrijwillig werkeloos komt nauwelijks meer voor en de sociale voorzieningen in Nederland horen tot de beste van de wereld.
Andere issues zoals gelijkberechtiging, milieu, vergrijzing, rechtshandhaving zijn allemaal vele malen belangrijker geworden.
Een moment later kwam mijn onderbewuste met het voorstel: "Partij voor de Ander", maar ik realiseerde me vrijwel meteen dat je met zo'n naam het je politieke tegenstanders wel èrg makkelijk maakt. "Dat is geen partij voor u, maar voor de ander." Zij het dat het de mensen die wèl nadenken zou kunnen aanspreken.
Mogelijk zit er niets anders op dan, net als het CDA eind jaren '70, te fuseren met andere partijen, GroenLinks, D66, eventueel de SP, zodat er een nieuwe, aansprekende naam bedacht kan worden.
Die dan, hopelijk, weer een halve eeuw mee kan.
Werk is veel minder belangrijk geworden en is bovendien vrijwel gegarandeerd. Onvrijwillig werkeloos komt nauwelijks meer voor en de sociale voorzieningen in Nederland horen tot de beste van de wereld.
Andere issues zoals gelijkberechtiging, milieu, vergrijzing, rechtshandhaving zijn allemaal vele malen belangrijker geworden.
Een moment later kwam mijn onderbewuste met het voorstel: "Partij voor de Ander", maar ik realiseerde me vrijwel meteen dat je met zo'n naam het je politieke tegenstanders wel èrg makkelijk maakt. "Dat is geen partij voor u, maar voor de ander." Zij het dat het de mensen die wèl nadenken zou kunnen aanspreken.
Mogelijk zit er niets anders op dan, net als het CDA eind jaren '70, te fuseren met andere partijen, GroenLinks, D66, eventueel de SP, zodat er een nieuwe, aansprekende naam bedacht kan worden.
Die dan, hopelijk, weer een halve eeuw mee kan.
16 december 2010
Principes
Beleid, zo definieerde mijn vroegere, goede collega Elmer K. eens, is een set van tevoren genomen beslissingen. En principes zijn net zo. Je hoeft dan niet in ieder geval na te gaan hoe je moet besluiten maar kunt je houden aan een leidraad, beleid en/of principes. De laatste liggen meestal op ethisch vlak. Je moet niet liegen, de ander überhaupt geen schade berokkenen, goed zijn voor het milieu, dat soort dingen
In het najaar vind ik een hoogtepunt op tv de danswedstrijd op de BBC "Strictly come dancing". Daarin worden dansprofessionals gekoppeld aan 'celebrities', zeg maar BE'ers, en wordt er iedere week door ieder danspaar een nieuwe dans ingestudeerd, ballroom of latin, of wat daar vlakbij ligt, zoals de charleston.
Daarbij worden ze van commentaar voorzien èn beoordeeld door een deskundige jury en ook het publiek mag haar zegje doen. Tenslotte valt het stel met de laagste score af, waarbij het publiek het laatste woord heeft. Reden dat Anne Widdecombe, een conservatief parlementslid die net zo veel talent heeft voor dansen als een vis voor fietsen, het tot de halve finale schopte. Want hoe tenenkrommend ook, entertainig was het.
Nu is het in de ballroom formeel niet toegestaan een zogenaamde 'lift' uit te voeren, dat is een beweging waarbij een danser met beide voeten tegelijk van de vloer komt, meestal doordat haar partner haar (te ver) optilt. Eén van de juryleden, Craig Ravel Horwood, is daar zeer op gespitst en hoe mooi de dans ook wordt uitgevoerd, als hij meent een lift te zien, vrijwel altijd terecht, zal hij, uit principe, een punt in mindering brengen. Reden waarom de ravissante Kara Tointon een hoogste score van drie tienen en één negen had.
Ander geval. Eveneens in het najaar is er op tv in NL de serie ' Kijken in de ziel' , waarin Coen Verbraak een aantal professionals interviewt en daar confronteert met de meer filosofische aspecten van hun beroep. Drie jaar geleden waren dat de psychiaters en die serie bleek zo succesvol dat vorig jaar de voetbaltrainers - god mag weten waarom díe - en dit jaar de advocaten aan de beurt waren.
Nu kwam daarbij hun geheimhoudingsplicht aan de orde en de interviewer liet de kans niet voorbij gaan daar eens aan te schudden. Wat, zo was de vraag, zouden de advocaten doen als ze van hun cliënt te horen zouden krijgen dat er een aanslag zou worden gepleegd waarbij hoogstwaarschijnlijk ook een aantal onschuldige mensen om het leven zou komen. Mijn favoriete Theo Hiddema, een glibber van een man maar meestal met dezelfde antwoorden als ik gegeven zou hebben, was direct naar de politie gestapt. De meeste anderen zouden de deken van de orde van advocaten hebben ingelicht, zich daarmee achter diens brede rug verschuilend, een standpunt dat ik ook zéér kan billijken.
Maar mevrouw Oldenburg achtte haar geheimhoudingsplicht zó heilig dat ze haar mond zou houden. "En als uw tante nu tot de slachtoffers zou horen?" vroeg Verbraak. Tja, dan zou Oldenburg haar dat weekend voor een uitje meenemen naar Vlissingen, maar inlichten, daar kon geen sprake van zijn. Zoals gezegd, uit principe ging de geheimhoudingsplicht vóór alles.
Mijn vader, zaliger nagedachtenis, was een godvrezend man, overtuigd gereformeerd en propageerde ijzeren principes. Maar toen ik hem als puber vroeg of je in de oorlog mocht liegen als je door de Duitsers werd gevraagd naar onderduikers, toonde hij geen spoor van twijfel, dat mocht. In principe mocht je niet liegen, maar hier gold dat niet. Hoewel, maar misschien is dat een broodje aap, er wel streng gereformeerden waren die uit principe niet logen, ook niet in de oorlog.
Het grote verschil ontstaat of je iets doet 'uit principe' of 'in principe'. In het eerste geval schakel je je geweten uit en word je een robot. In het tweede geval zul je, ondanks je principes, dit specifieke geval toch opnieuw moeten bezien en een goeie beslissing nemen. Want principes gelden voor de mééste gevallen, niet voor alle.
In het najaar vind ik een hoogtepunt op tv de danswedstrijd op de BBC "Strictly come dancing". Daarin worden dansprofessionals gekoppeld aan 'celebrities', zeg maar BE'ers, en wordt er iedere week door ieder danspaar een nieuwe dans ingestudeerd, ballroom of latin, of wat daar vlakbij ligt, zoals de charleston.
Daarbij worden ze van commentaar voorzien èn beoordeeld door een deskundige jury en ook het publiek mag haar zegje doen. Tenslotte valt het stel met de laagste score af, waarbij het publiek het laatste woord heeft. Reden dat Anne Widdecombe, een conservatief parlementslid die net zo veel talent heeft voor dansen als een vis voor fietsen, het tot de halve finale schopte. Want hoe tenenkrommend ook, entertainig was het.
Nu is het in de ballroom formeel niet toegestaan een zogenaamde 'lift' uit te voeren, dat is een beweging waarbij een danser met beide voeten tegelijk van de vloer komt, meestal doordat haar partner haar (te ver) optilt. Eén van de juryleden, Craig Ravel Horwood, is daar zeer op gespitst en hoe mooi de dans ook wordt uitgevoerd, als hij meent een lift te zien, vrijwel altijd terecht, zal hij, uit principe, een punt in mindering brengen. Reden waarom de ravissante Kara Tointon een hoogste score van drie tienen en één negen had.
Ander geval. Eveneens in het najaar is er op tv in NL de serie ' Kijken in de ziel' , waarin Coen Verbraak een aantal professionals interviewt en daar confronteert met de meer filosofische aspecten van hun beroep. Drie jaar geleden waren dat de psychiaters en die serie bleek zo succesvol dat vorig jaar de voetbaltrainers - god mag weten waarom díe - en dit jaar de advocaten aan de beurt waren.
Nu kwam daarbij hun geheimhoudingsplicht aan de orde en de interviewer liet de kans niet voorbij gaan daar eens aan te schudden. Wat, zo was de vraag, zouden de advocaten doen als ze van hun cliënt te horen zouden krijgen dat er een aanslag zou worden gepleegd waarbij hoogstwaarschijnlijk ook een aantal onschuldige mensen om het leven zou komen. Mijn favoriete Theo Hiddema, een glibber van een man maar meestal met dezelfde antwoorden als ik gegeven zou hebben, was direct naar de politie gestapt. De meeste anderen zouden de deken van de orde van advocaten hebben ingelicht, zich daarmee achter diens brede rug verschuilend, een standpunt dat ik ook zéér kan billijken.
Maar mevrouw Oldenburg achtte haar geheimhoudingsplicht zó heilig dat ze haar mond zou houden. "En als uw tante nu tot de slachtoffers zou horen?" vroeg Verbraak. Tja, dan zou Oldenburg haar dat weekend voor een uitje meenemen naar Vlissingen, maar inlichten, daar kon geen sprake van zijn. Zoals gezegd, uit principe ging de geheimhoudingsplicht vóór alles.
Mijn vader, zaliger nagedachtenis, was een godvrezend man, overtuigd gereformeerd en propageerde ijzeren principes. Maar toen ik hem als puber vroeg of je in de oorlog mocht liegen als je door de Duitsers werd gevraagd naar onderduikers, toonde hij geen spoor van twijfel, dat mocht. In principe mocht je niet liegen, maar hier gold dat niet. Hoewel, maar misschien is dat een broodje aap, er wel streng gereformeerden waren die uit principe niet logen, ook niet in de oorlog.
Het grote verschil ontstaat of je iets doet 'uit principe' of 'in principe'. In het eerste geval schakel je je geweten uit en word je een robot. In het tweede geval zul je, ondanks je principes, dit specifieke geval toch opnieuw moeten bezien en een goeie beslissing nemen. Want principes gelden voor de mééste gevallen, niet voor alle.
12 december 2010
Moeders gezegde (2)
Eerder schreef ik over mijn moeder en de zegswijzen die zij bezigde.
Vandaag, nadat ik druk in de weer was geweest en uitpufte bij de thee, herinnerde ik me: "Je zit te zuchten as een poep die gort egeten hèt.".
Die ik lief heb had het nog nooit gehoord, niet van mij en zeker niet van mijn moeder.
Vandaag, nadat ik druk in de weer was geweest en uitpufte bij de thee, herinnerde ik me: "Je zit te zuchten as een poep die gort egeten hèt.".
Die ik lief heb had het nog nooit gehoord, niet van mij en zeker niet van mijn moeder.
Tekst bewerken
Waarom bestaat er geen programmaatje dat ook actief is op mijn gsm bij het sms-en en dat woorden afmaakt als ik pas de eerste paar letters heb getikt?
Plus wat extra wensen, nu ik toch bezig ben.
Uiteraard moet er een uitgebreid woordenboek in zitten, bij voorkeur met per woord de relatieve frequentie waarmee dat woord wordt gebruikt. Dus van meest gebruikt woord tot hoogst zelden voorkomend.
Bij de woorden die ìk gebruik moet die algemene frequentie door die van mij worden vervangen en moet dat programmaatje de suggesties doen in die volgorde.
Bovendien zou er een corrector in moeten zitten die ik zelf evt kan aanvullen. Die dus evt omzet in evt., met punt.
Dus wat het programmaatje niet herkent moet vervangen worden door een tekst met de minimale Levenshtein-afstand .... (wat u zegt buurman).
Uiteraard moet er een mogelijkheid zijn om langere stukken (standaard)tekst met een shortcut in te vullen.
Tenslotte moet het zelf lerend zijn, zodat ik bijvoorbeeld mijn reeds geschreven teksten kan invoeren en het programma de gebruiksfrequenties kan bepalen.
Als dat nog per taal kan, zou dat mooi zijn, hoewel ik, naast Nederlands, alleen Engels nodig zou hebben
Vraag is natuurlijk of zoiets al niet bestaat.
Ik heb nu PhraseExpress maar dat werkt niet. Bovendien, en dat haat ik, zijn die bestanden waar het programma gebruik van maakt niet toegankelijk.Héél vervelend.
Plus wat extra wensen, nu ik toch bezig ben.
Uiteraard moet er een uitgebreid woordenboek in zitten, bij voorkeur met per woord de relatieve frequentie waarmee dat woord wordt gebruikt. Dus van meest gebruikt woord tot hoogst zelden voorkomend.
Bij de woorden die ìk gebruik moet die algemene frequentie door die van mij worden vervangen en moet dat programmaatje de suggesties doen in die volgorde.
Bovendien zou er een corrector in moeten zitten die ik zelf evt kan aanvullen. Die dus evt omzet in evt., met punt.
Dus wat het programmaatje niet herkent moet vervangen worden door een tekst met de minimale Levenshtein-afstand .... (wat u zegt buurman).
Uiteraard moet er een mogelijkheid zijn om langere stukken (standaard)tekst met een shortcut in te vullen.
Tenslotte moet het zelf lerend zijn, zodat ik bijvoorbeeld mijn reeds geschreven teksten kan invoeren en het programma de gebruiksfrequenties kan bepalen.
Als dat nog per taal kan, zou dat mooi zijn, hoewel ik, naast Nederlands, alleen Engels nodig zou hebben
Vraag is natuurlijk of zoiets al niet bestaat.
Ik heb nu PhraseExpress maar dat werkt niet. Bovendien, en dat haat ik, zijn die bestanden waar het programma gebruik van maakt niet toegankelijk.Héél vervelend.
8 december 2010
NL daalt in onderwijsranking
Mw. drs. G. Ledoux, Guuske voor intimi, is wetenschappelijk directeur van het Kohnstamm instituut, dat zich met onderwijs bezig houdt. Zij vindt, nav het feit dat NL weer gedaald is in de onderwijsranking , het belang van wiskunde overtrokken. Tja, mw. heeft zelf pedagogiek gedaan, dan mag je dat wel zeggen.
Ze oreerde voor de radio dat slechts 3% van de NL-bevolking min of meer dagelijks wiskunde nodig had, dan wel gebruikt, dus waarom daar zoveel aandacht voor? Ik wist niet dat die statistiek die ze bij pedagogiek gebruikten om nog iets van een selectie te kunnen toepassen, zoveel frustratie had achtergelaten.
Zij vergist zich, schromelijk, zoals dat vroeger zo mooi heette.
Er zijn talloos veel mensen, ook van Guuske's leeftijd nog, die door wat ze bij wiskunde leerden nog steeds aardig kunnen rekenen en zich daardoor geen knollen voor citroenen laten verkopen. En, zo mogelijk nòg belangrijker, min of meer logisch kunnen redeneren. Want dat is het eigenlijk waar het bij wiskunde om gaat.
Ook dat NL gedaald is vindt ze niet erg, er doen meer landen mee en sommige daarvan waren beter. Kijk dáárvoor heb je nou wiskunde nodig, om logisch te redeneren en het gebrek daarvan bij anderen aan de kaak te stellen.
Want de juiste conclusie van mevrouw zou moeten zijn: als we niet zijn gedaald, stonden we blijkbaar altijd al lager dan we dachten!
Wij denken een kenniseconomie te kunnen worden door met een minimum aan investeringen - NL geeft minder dan gemiddeld in de EU uit aan onderwijs - de top te kunnen halen. Terwijl in het verre oosten elk jaar miljoenen ingenieurs en andere exactici afstuderen, allemaal eager om te presteren. En Zuid-Korea ons fluitend voorbij streeft in prestaties, onderwijsbegroting en bijna dat hele land al voorzien is van glasvezel.
Het zal niet eens meer een decennium duren of we zijn veel verder teruggevallen dan nu al het geval is en als een soort reservaat, vergelijkbaar met dat van Indianen en Aboriginals, zullen hordes Chinezen, Indiërs en anderen uit het verre oosten ons als toerist bezoeken. En die zullen uit dat bezoek de lessen trekken wat je krijgt als je de vijf tot 15 miljard die nu jaarlijks nodig is voor onderwijs níet investeert. Dankzij de Guuske's van dit land.
Post scriptum. Kwam dit nog tegen: de hoogst gerate banen (in de USA) met wiskundigen op 1. I rest my case, om met mijn nicht(je) te spreken.
Ze oreerde voor de radio dat slechts 3% van de NL-bevolking min of meer dagelijks wiskunde nodig had, dan wel gebruikt, dus waarom daar zoveel aandacht voor? Ik wist niet dat die statistiek die ze bij pedagogiek gebruikten om nog iets van een selectie te kunnen toepassen, zoveel frustratie had achtergelaten.
Zij vergist zich, schromelijk, zoals dat vroeger zo mooi heette.
Er zijn talloos veel mensen, ook van Guuske's leeftijd nog, die door wat ze bij wiskunde leerden nog steeds aardig kunnen rekenen en zich daardoor geen knollen voor citroenen laten verkopen. En, zo mogelijk nòg belangrijker, min of meer logisch kunnen redeneren. Want dat is het eigenlijk waar het bij wiskunde om gaat.
Ook dat NL gedaald is vindt ze niet erg, er doen meer landen mee en sommige daarvan waren beter. Kijk dáárvoor heb je nou wiskunde nodig, om logisch te redeneren en het gebrek daarvan bij anderen aan de kaak te stellen.
Want de juiste conclusie van mevrouw zou moeten zijn: als we niet zijn gedaald, stonden we blijkbaar altijd al lager dan we dachten!
Wij denken een kenniseconomie te kunnen worden door met een minimum aan investeringen - NL geeft minder dan gemiddeld in de EU uit aan onderwijs - de top te kunnen halen. Terwijl in het verre oosten elk jaar miljoenen ingenieurs en andere exactici afstuderen, allemaal eager om te presteren. En Zuid-Korea ons fluitend voorbij streeft in prestaties, onderwijsbegroting en bijna dat hele land al voorzien is van glasvezel.
Het zal niet eens meer een decennium duren of we zijn veel verder teruggevallen dan nu al het geval is en als een soort reservaat, vergelijkbaar met dat van Indianen en Aboriginals, zullen hordes Chinezen, Indiërs en anderen uit het verre oosten ons als toerist bezoeken. En die zullen uit dat bezoek de lessen trekken wat je krijgt als je de vijf tot 15 miljard die nu jaarlijks nodig is voor onderwijs níet investeert. Dankzij de Guuske's van dit land.
Post scriptum. Kwam dit nog tegen: de hoogst gerate banen (in de USA) met wiskundigen op 1. I rest my case, om met mijn nicht(je) te spreken.
5 december 2010
Marketing en duurzaamheid
Ik ben geen early adopter. En als ik al iets nieuws koop dan doe ik daar veel langer mee dan de industrie lief is. Mijn huidige pc is ruim 5 jaar oud en onze tv zelfs al 14 jaar, zij het dat het wel een 50 inch is. Ook voor nu nog héél groot.
Waar ik me in toenemende mate aan erger is dat domme gedram om ons aan overbodige spullen te krijgen. Of, ernstiger, normale zaken als problematisch te verkopen.
Terwijl een ietwat terughoudende attitude zo veel impact kan hebben op ons milieu.
Van het eerste is de laatste hype op entertainmentgebied een goed voorbeeld. Iedereen moet, voorzover hij al een HD-tv heeft, nu aan de 3D-tv, bij voorkeur met hoofdletter om het belang niet onderbelicht te laten. Toen de CD met veel reclamegeweld ons werd opgedrongen was het meest aansprekende argument de kwaliteit van het digitale geluid. Geen krasje, stofje of hickup meer zoals op de oude platenspeler niet ongebruikelijk was. Nee, genieten van het geluid zoals dat was opgenomen, studiokwaliteit kortom.
Toen al realiseerde ik me dat de meeste mensen helemaal niet de vereiste adequate weergaveapparatuur thuis hadden staan. En de paar die wèl over de goeie boxen en versterker en wat dies meer zij beschikten, hadden wel huisgenoten of buren of omgevingslawaai die de muziek meer verstoorden dan ze vroeger, met de platenspeler, voor mogelijk hadden gehouden.
Ook de, eerst nog, HD-tv en nu dan 3D-tv belooft veel meer dan ze waar kan maken en de veel hogere prijs, zowel in aanschaf als in abonnement, rechtvaardigt. Heeft men zich wel eens gerealiseerd dat je ogen op z'n best zijn op 15 jarige leeftijd en dat de volwassenen die zich zo'n dure tv kunnen veroorloven meestal zoveel brillen nodig hebben, dat die extra geboden kwaliteit volledig aan hen voorbij gaat? Net als overigens dat betere digitale geluid voor het overgrote deel de volwassen hersenen niet bereikt, gefilterd als het wordt door het afnemende gehoorbereik.
Niet alleen op multimediaal gebied is deze gewoonte, ons lastig vallen met eigenlijk overbodige spullen, gebruikelijk. Het nieuwste zijn de winterbanden.
Decennia lang hebben we in ons platte land waar het, gezien ons zeeklimaat, beperkt sneeuwt of vriest, goed kunnen doen met de banden waar we ook in de zomer mee reden. Als we naar wintersport gingen namen we sneeuwkettingen mee, die je overigens ook maar sporadisch hoefde te gebruiken, en de locals hadden winterbanden, maar dat was niet zó gek, want sneeuwkettingen onderdoen was niet bepaald een pretje.
Nu moet plotseling iedereen aan die winterbanden, sterker nog, in een aantal landen is het strafbaar als je ze niet hebt! En de banden- en garage-industrie wrijft in de handen en niet van de kou. Want die winterbanden staan driekwart van het jaar te verdrogen, gaan dus veel korter mee dan mogelijk is dus moeten veel eerder weer vervangen worden dan je op grond van de gereden kilometers zou verwachten, zonder dat het veel meer veiligheid oplevert.In tegendeel, doordat meer mensen zich veiliger voelen wordt er onvoorzichtiger gereden. Tel uit je winst.
Een voorbeeld van het tweede, normale zaken als problematisch verkopen, is ernstiger. Hoe zijn we de afgelopen decennia niet onder vuur genomen als het ging over ons cholestorolgehalte? In het boek De Cholesterolhype wordt omstandig beschreven hoe we beduveld werden door de medische industrie: verzadigde vetten verhogen het cholesterol niet; een verhoogd cholesterol verhoogt het risico op hart- en vaatziekten niet; cholesterolverlagende medicijnen (statines) werken alleen bij mannen van middelbare leeftijd en niet bij vrouwen en ouderen; statines hebben veel meer vervelende bijwerkingen dan de meeste artsen denken. Nou daar sta je dan met je zoveel gezondere levenswijze.
En een nieuw voorbeeld doemt op, beschreven in het boek Selling the Fountain of Youth, waarin aan de kaak wordt gesteld dat we nu te horen krijgen dat oud worden een ziekte is. Hoeveel erger wil je het hebben?
De bioloog Midas Dekker heeft ooit berekend dat het hebben van geen kinderen zijn grootste bijdrage een een verantwoord milieu is. Als zou hij jaarlijks 3 keer met het vliegtuig op vakantie gaan naar een ver land dan nòg zou de balans voor hem positief uitslaan vergeleken bij mensen met een paar kinderen. Dat argument kan breder worden toegepast.
Als je minder hebt, dan wel minder vaak iets nieuws koopt belast je het milieu veel minder en is je bijdrage aan onze duurzaamheid nauwelijks te verbeteren. Bovendien is het goed voor je portemonnee. En dan heb ik het nog niet eens over de keuzeoverdaad waarmee de marketingafdelingen van de bedrijven ons mee dood gooien. Iets waarmee, zo wijst een proefschrift binnenkort uit, de industrie ook nog eens aanzienlijk kan besparen.
Kortom, laten we net als wij al tijden doen, niet meer achter iedere hype aanrennen. Kijk wat je nodig hebt en doe daar mee tot het niet meer voldoet. Hoe simpel kan het leven zijn? En uw Nachwuchs, net als Midas zijn wij zonder, zal ons er dankbaar voor zijn.
Waar ik me in toenemende mate aan erger is dat domme gedram om ons aan overbodige spullen te krijgen. Of, ernstiger, normale zaken als problematisch te verkopen.
Terwijl een ietwat terughoudende attitude zo veel impact kan hebben op ons milieu.
Van het eerste is de laatste hype op entertainmentgebied een goed voorbeeld. Iedereen moet, voorzover hij al een HD-tv heeft, nu aan de 3D-tv, bij voorkeur met hoofdletter om het belang niet onderbelicht te laten. Toen de CD met veel reclamegeweld ons werd opgedrongen was het meest aansprekende argument de kwaliteit van het digitale geluid. Geen krasje, stofje of hickup meer zoals op de oude platenspeler niet ongebruikelijk was. Nee, genieten van het geluid zoals dat was opgenomen, studiokwaliteit kortom.
Toen al realiseerde ik me dat de meeste mensen helemaal niet de vereiste adequate weergaveapparatuur thuis hadden staan. En de paar die wèl over de goeie boxen en versterker en wat dies meer zij beschikten, hadden wel huisgenoten of buren of omgevingslawaai die de muziek meer verstoorden dan ze vroeger, met de platenspeler, voor mogelijk hadden gehouden.
Ook de, eerst nog, HD-tv en nu dan 3D-tv belooft veel meer dan ze waar kan maken en de veel hogere prijs, zowel in aanschaf als in abonnement, rechtvaardigt. Heeft men zich wel eens gerealiseerd dat je ogen op z'n best zijn op 15 jarige leeftijd en dat de volwassenen die zich zo'n dure tv kunnen veroorloven meestal zoveel brillen nodig hebben, dat die extra geboden kwaliteit volledig aan hen voorbij gaat? Net als overigens dat betere digitale geluid voor het overgrote deel de volwassen hersenen niet bereikt, gefilterd als het wordt door het afnemende gehoorbereik.
Niet alleen op multimediaal gebied is deze gewoonte, ons lastig vallen met eigenlijk overbodige spullen, gebruikelijk. Het nieuwste zijn de winterbanden.
Decennia lang hebben we in ons platte land waar het, gezien ons zeeklimaat, beperkt sneeuwt of vriest, goed kunnen doen met de banden waar we ook in de zomer mee reden. Als we naar wintersport gingen namen we sneeuwkettingen mee, die je overigens ook maar sporadisch hoefde te gebruiken, en de locals hadden winterbanden, maar dat was niet zó gek, want sneeuwkettingen onderdoen was niet bepaald een pretje.
Nu moet plotseling iedereen aan die winterbanden, sterker nog, in een aantal landen is het strafbaar als je ze niet hebt! En de banden- en garage-industrie wrijft in de handen en niet van de kou. Want die winterbanden staan driekwart van het jaar te verdrogen, gaan dus veel korter mee dan mogelijk is dus moeten veel eerder weer vervangen worden dan je op grond van de gereden kilometers zou verwachten, zonder dat het veel meer veiligheid oplevert.In tegendeel, doordat meer mensen zich veiliger voelen wordt er onvoorzichtiger gereden. Tel uit je winst.
Een voorbeeld van het tweede, normale zaken als problematisch verkopen, is ernstiger. Hoe zijn we de afgelopen decennia niet onder vuur genomen als het ging over ons cholestorolgehalte? In het boek De Cholesterolhype wordt omstandig beschreven hoe we beduveld werden door de medische industrie: verzadigde vetten verhogen het cholesterol niet; een verhoogd cholesterol verhoogt het risico op hart- en vaatziekten niet; cholesterolverlagende medicijnen (statines) werken alleen bij mannen van middelbare leeftijd en niet bij vrouwen en ouderen; statines hebben veel meer vervelende bijwerkingen dan de meeste artsen denken. Nou daar sta je dan met je zoveel gezondere levenswijze.
En een nieuw voorbeeld doemt op, beschreven in het boek Selling the Fountain of Youth, waarin aan de kaak wordt gesteld dat we nu te horen krijgen dat oud worden een ziekte is. Hoeveel erger wil je het hebben?
De bioloog Midas Dekker heeft ooit berekend dat het hebben van geen kinderen zijn grootste bijdrage een een verantwoord milieu is. Als zou hij jaarlijks 3 keer met het vliegtuig op vakantie gaan naar een ver land dan nòg zou de balans voor hem positief uitslaan vergeleken bij mensen met een paar kinderen. Dat argument kan breder worden toegepast.
Als je minder hebt, dan wel minder vaak iets nieuws koopt belast je het milieu veel minder en is je bijdrage aan onze duurzaamheid nauwelijks te verbeteren. Bovendien is het goed voor je portemonnee. En dan heb ik het nog niet eens over de keuzeoverdaad waarmee de marketingafdelingen van de bedrijven ons mee dood gooien. Iets waarmee, zo wijst een proefschrift binnenkort uit, de industrie ook nog eens aanzienlijk kan besparen.
Kortom, laten we net als wij al tijden doen, niet meer achter iedere hype aanrennen. Kijk wat je nodig hebt en doe daar mee tot het niet meer voldoet. Hoe simpel kan het leven zijn? En uw Nachwuchs, net als Midas zijn wij zonder, zal ons er dankbaar voor zijn.
2 december 2010
Dansen
Het is nu bijna 20 jaar geleden dat mijn lief en ik zijn gaan dansen. En met enige tussenpozen doen we dat nog steeds. Ballroom en Latin, om geen misverstand te laten bestaan.
Eén van de problemen die we daarbij hebben is het geheugen. De mens, althans de bevolkingsgroep(en) waar wij van afstammen, is niet geëvolueerd om dansen te onthouden. Zijn sommige melodieën zo 'sticky' dat je ze na een paar keer gehoord te hebben niet meer uit je hoofd kunt sláán, een beetje niet triviale volgorde van danspassen weet je soms dezelfde avond al niet meer. Laat staan enkele dagen zonder aandacht later.
Ik heb me al eens afgevraagd of er, in navolging van muzieknotatie, ook geen dansnotatie bestaat. Uiteraard is die er wel, maar wordt alleen door choreografen gebruikt of is zó ingewikkeld dat ze onwerkbaar is.
Zelf heb ik wel geprobeerd, jarenlang zelfs, om de dansen die ik aanleerde op te schrijven, de ene keer beschrijvend, de andere keer minutieus de stappen weergevend, maar altijd bleek na enige tijd dat de beschrijving incompleet was geweest en ik zelfs de essentie van de figuur niet had weten te vatten. Meestal waren essentialia zoals de houding of vitale tussenpassen niet weergegeven zodat ik hopeloos in de knoei raak als ik nog eens iets van jaren geleden probeer te reconstrueren.
Nu hoorde ik deze week de erg mooie actrice Kara Tointon, die dit jaar meedoet aan de danswedstrijd van de BBC "Strictly come dancing", zeggen dat ze de passen beter onthield als ze die koppelde aan een ritmisch wijsje. Voor haar is dat met name van belang omdat ze in een innemende documentaire haar vrij stevige vorm van dyslexie liet zien. Dit bracht me op het volgende idee.
Bij ballroom en latin zijn de dansen vaak opgebouwd uit een aantal kleinere figuren, die vaak maar uit enkele passen bestaan, zelden meer dan 5. Ongeveer zoals een zin uit woorden bestaat.
En die kleinere figuren zijn vaak zelfs ook nog variaties op een thema. Zo bestaat bijvoorbeeld de chassé, een combinatie die zowel in de cha-cha (nooit chac-cha-cha zeggen) als in de jive of in (sommige) ballroomdansen voorkomt. Die chassé is oorspronkelijk een zij-sluit-zij beweging waarbij de eerste twee stappen halve tellen zijn en de laatste een hele tel. Maar die chassé wordt ook gedaan als stap naar voor, andere voet achter voorste, voorste verder naar voren in hetzelfde ritme, zeg maar voor-kruis-voor. Dat heet een cross step. En die kan ook naar achteren. Je ziet op één thema al drie variaties.
Mijn idee houdt in dat we woorden en ritmes verbinden aan die basisfiguren. Als je daar afspraken over maakt en je leert die met het leren van de dans, kun je niet alleen veel makkelijker die dans onthouden, je kunt die ook veel eenvoudiger leren.
Een voorbeeld (en niet meer dan dat). Een chassé naar links kan, in het ritme kort-kort-lang, benoemd worden met 'chassé left', of 'chassé right', al naar gelang de kant die je opgaat. En de boven beschreven cross step wordt dan, in hetzelfde ritme, 'cross step walk' of 'cross step back', al naar gelang je naar voren of naar achteren gaat.
Uiteraard hoeven de woorden niet Engels te zijn en kunnen ook Nederlandse equivalente of ander woorden worden gezocht. Maar het lijkt me niet onverstandig bij bestaande termen aan te sluiten zodat dansleraren er weinig moeite mee zullen hebben. En die bestaande termen zijn nu eenmaal vooral in het Engels.
Nog een voorbeeld. Een pas naar voren geven we aan met 'walk', het herplaatsen van een voet met 'place', een pas naar achteren met 'back' en een pas opzij met 'side', waarbij de kant die van de voet is die aan de beurt is, dus rechts voor je rechtervoet. Dan wordt de basispas - het vierkantje - van de Engelse wals beschreven door: rechts begint: walk, side, close, back, side, close in het ritme lang-lang-lang. Op die ritmische manier uitgesproken krijg je al het wezen van de dans mee.
Uiteraard is dit niet volledig. Je zult ook moeten weergeven of en hoe je draait, zeker in zo'n basisfiguur, maar mogelijk dat je zo'n elementair stuk dans door een aantal lettergrepen die overeenkomen met de passen kunt weergeven.
Als op die manier ingewikkelde figuren worden teruggebracht door zacht gezongen cadansen (sic!) wordt het onthouden, in ieder geval voor mij, een heel stuk eenvoudiger. Ik ga eens een wat ingewikkelder figuur op die manier proberen weer te geven.
Post scriptum.
Mijn naamgenoot, Haskelladept en J-kompaan maakte me erop attent dat Aboriginals al eeuwen lang melodieën neuriën die informatie bevatten over het landschap zodat ze weten waar ze zich bevinden . Hij had dat uit 'Gezongen aarde' van Bruce Chatwin. Laat dat nou volledig nieuw voor mij zijn. Wel plezierig dat ik iets bedenk dat zijn waarde al bewezen heeft ....
Eén van de problemen die we daarbij hebben is het geheugen. De mens, althans de bevolkingsgroep(en) waar wij van afstammen, is niet geëvolueerd om dansen te onthouden. Zijn sommige melodieën zo 'sticky' dat je ze na een paar keer gehoord te hebben niet meer uit je hoofd kunt sláán, een beetje niet triviale volgorde van danspassen weet je soms dezelfde avond al niet meer. Laat staan enkele dagen zonder aandacht later.
Ik heb me al eens afgevraagd of er, in navolging van muzieknotatie, ook geen dansnotatie bestaat. Uiteraard is die er wel, maar wordt alleen door choreografen gebruikt of is zó ingewikkeld dat ze onwerkbaar is.
Zelf heb ik wel geprobeerd, jarenlang zelfs, om de dansen die ik aanleerde op te schrijven, de ene keer beschrijvend, de andere keer minutieus de stappen weergevend, maar altijd bleek na enige tijd dat de beschrijving incompleet was geweest en ik zelfs de essentie van de figuur niet had weten te vatten. Meestal waren essentialia zoals de houding of vitale tussenpassen niet weergegeven zodat ik hopeloos in de knoei raak als ik nog eens iets van jaren geleden probeer te reconstrueren.
Nu hoorde ik deze week de erg mooie actrice Kara Tointon, die dit jaar meedoet aan de danswedstrijd van de BBC "Strictly come dancing", zeggen dat ze de passen beter onthield als ze die koppelde aan een ritmisch wijsje. Voor haar is dat met name van belang omdat ze in een innemende documentaire haar vrij stevige vorm van dyslexie liet zien. Dit bracht me op het volgende idee.
Bij ballroom en latin zijn de dansen vaak opgebouwd uit een aantal kleinere figuren, die vaak maar uit enkele passen bestaan, zelden meer dan 5. Ongeveer zoals een zin uit woorden bestaat.
En die kleinere figuren zijn vaak zelfs ook nog variaties op een thema. Zo bestaat bijvoorbeeld de chassé, een combinatie die zowel in de cha-cha (nooit chac-cha-cha zeggen) als in de jive of in (sommige) ballroomdansen voorkomt. Die chassé is oorspronkelijk een zij-sluit-zij beweging waarbij de eerste twee stappen halve tellen zijn en de laatste een hele tel. Maar die chassé wordt ook gedaan als stap naar voor, andere voet achter voorste, voorste verder naar voren in hetzelfde ritme, zeg maar voor-kruis-voor. Dat heet een cross step. En die kan ook naar achteren. Je ziet op één thema al drie variaties.
Mijn idee houdt in dat we woorden en ritmes verbinden aan die basisfiguren. Als je daar afspraken over maakt en je leert die met het leren van de dans, kun je niet alleen veel makkelijker die dans onthouden, je kunt die ook veel eenvoudiger leren.
Een voorbeeld (en niet meer dan dat). Een chassé naar links kan, in het ritme kort-kort-lang, benoemd worden met 'chassé left', of 'chassé right', al naar gelang de kant die je opgaat. En de boven beschreven cross step wordt dan, in hetzelfde ritme, 'cross step walk' of 'cross step back', al naar gelang je naar voren of naar achteren gaat.
Uiteraard hoeven de woorden niet Engels te zijn en kunnen ook Nederlandse equivalente of ander woorden worden gezocht. Maar het lijkt me niet onverstandig bij bestaande termen aan te sluiten zodat dansleraren er weinig moeite mee zullen hebben. En die bestaande termen zijn nu eenmaal vooral in het Engels.
Nog een voorbeeld. Een pas naar voren geven we aan met 'walk', het herplaatsen van een voet met 'place', een pas naar achteren met 'back' en een pas opzij met 'side', waarbij de kant die van de voet is die aan de beurt is, dus rechts voor je rechtervoet. Dan wordt de basispas - het vierkantje - van de Engelse wals beschreven door: rechts begint: walk, side, close, back, side, close in het ritme lang-lang-lang. Op die ritmische manier uitgesproken krijg je al het wezen van de dans mee.
Uiteraard is dit niet volledig. Je zult ook moeten weergeven of en hoe je draait, zeker in zo'n basisfiguur, maar mogelijk dat je zo'n elementair stuk dans door een aantal lettergrepen die overeenkomen met de passen kunt weergeven.
Als op die manier ingewikkelde figuren worden teruggebracht door zacht gezongen cadansen (sic!) wordt het onthouden, in ieder geval voor mij, een heel stuk eenvoudiger. Ik ga eens een wat ingewikkelder figuur op die manier proberen weer te geven.
Post scriptum.
Mijn naamgenoot, Haskelladept en J-kompaan maakte me erop attent dat Aboriginals al eeuwen lang melodieën neuriën die informatie bevatten over het landschap zodat ze weten waar ze zich bevinden . Hij had dat uit 'Gezongen aarde' van Bruce Chatwin. Laat dat nou volledig nieuw voor mij zijn. Wel plezierig dat ik iets bedenk dat zijn waarde al bewezen heeft ....
26 november 2010
Dialect
Ik ben geboren en getogen in een klein dorp met een stevig dialect. Dat leidde er onder andere toe dat in de stad waar ik naar de middelbare school ging wij welwillend - in het beste geval - als een soort untermenschen werden beschouwd, ongeciviliseerd als wij waren met onze onbeholpen (uit)spraak. (Jaren later pas vertelde een kennis die leraar Nederlands was me dat ons dialect overeenkwam met het Nederlands dat ten tijde van Bredero werd gebezigd.)
Overigens weerhield dat ons op onze beurt er niet van om bewoners van een gehucht dat weer als satelliet van ons dorp figureerde, en waar ze een dialect van ons dialect spraken, als 'domme diekers' weg te zetten.
Maar een ander aspect van ons dialect, dat ik overigens nog sporadisch spreek, is me pas recent opgevallen *).
Dit dialect lijkt zich in hoge mate te onderscheiden doordat er heel veel met behulp van negatieve kwalificaties tot uitdrukking wordt gebracht. Zelden wordt iets in positieve termen verwoord.
Mijn eigen favoriet is om, als iets me erg bevalt, te melden: "Dit is niet vervelend (om te te eten / naar te kijken / te horen)".
Eén van de sterkste staaltjes is wel het gebruik van "niet weinig" om uit te drukken dat iets veel, erg, of anderszins imposant is. Zoals in 'niet weinig mooi', 'niet weinig belangrijk', 'niet weinig groot', 'niet weinig lekker' of zelfs 'niet weinig veel'.
Allen die dit dialect van jongs af gesproken hebben zullen dit met verschillende andere voorbeelden kunnen aanvullen. (Omdat het hier over spreektaal gaat schrijf ik niet: 'niet weinig andere voorbeelden'.)
Uiteraard waag ik me niet aan een verklaring, hoewel ik die, zou ik dat wel doen, direct in het gereformeerde karakter van de bevolking zou zoeken. In die denominaties wordt immers geleerd dat de mens "niet in staat is tot enig goed, maar geneigd tot alle kwaad", iets waaraan zelfs mijn vader in zijn meer heldere momenten twijfelde.
Om maar te voorkomen dat het de mens naar de bol zou stijgen en hij zich "meer zou wanen dan een krul in een varkensstaart" (dixit mijn moeder) zou de negatie van een beperking beter werken dan een positieve kwalificatie mee te geven.
Of zoiets.
*) Mijn geliefde huisgenote vertelde me na het lezen van deze blog dat zíj het was die me op dat merkwaardige fenomeen wees. Een typisch geval voor Draaisma's Vergeetboek.
Overigens weerhield dat ons op onze beurt er niet van om bewoners van een gehucht dat weer als satelliet van ons dorp figureerde, en waar ze een dialect van ons dialect spraken, als 'domme diekers' weg te zetten.
Maar een ander aspect van ons dialect, dat ik overigens nog sporadisch spreek, is me pas recent opgevallen *).
Dit dialect lijkt zich in hoge mate te onderscheiden doordat er heel veel met behulp van negatieve kwalificaties tot uitdrukking wordt gebracht. Zelden wordt iets in positieve termen verwoord.
Mijn eigen favoriet is om, als iets me erg bevalt, te melden: "Dit is niet vervelend (om te te eten / naar te kijken / te horen)".
Eén van de sterkste staaltjes is wel het gebruik van "niet weinig" om uit te drukken dat iets veel, erg, of anderszins imposant is. Zoals in 'niet weinig mooi', 'niet weinig belangrijk', 'niet weinig groot', 'niet weinig lekker' of zelfs 'niet weinig veel'.
Allen die dit dialect van jongs af gesproken hebben zullen dit met verschillende andere voorbeelden kunnen aanvullen. (Omdat het hier over spreektaal gaat schrijf ik niet: 'niet weinig andere voorbeelden'.)
- 'niet gek'
- 'niet verkeerd'
Uiteraard waag ik me niet aan een verklaring, hoewel ik die, zou ik dat wel doen, direct in het gereformeerde karakter van de bevolking zou zoeken. In die denominaties wordt immers geleerd dat de mens "niet in staat is tot enig goed, maar geneigd tot alle kwaad", iets waaraan zelfs mijn vader in zijn meer heldere momenten twijfelde.
Om maar te voorkomen dat het de mens naar de bol zou stijgen en hij zich "meer zou wanen dan een krul in een varkensstaart" (dixit mijn moeder) zou de negatie van een beperking beter werken dan een positieve kwalificatie mee te geven.
Of zoiets.
*) Mijn geliefde huisgenote vertelde me na het lezen van deze blog dat zíj het was die me op dat merkwaardige fenomeen wees. Een typisch geval voor Draaisma's Vergeetboek.
7 november 2010
Boodschappentas
Het leven lijkt soms te bestaan uit een groot aantal aaneenschakelingen van kleine irritaties. Die te voorkomen of op te lossen draagt onevenredig bij aan het geluk van een mens. Of in ieder geval aan haar tevredenheid.
Eén zo'n irritatie is een overvolle boodschappentas die je op de achterbank van de auto hebt gezet en dan, tijdens het rijden, omvalt. Voorzichtig als je bent heb je de breekbare spullen, kletskoppen om maar iets te noemen, boven in gedaan en de veel zwaardere, een zak aardappels, onderin. Maar ja,als die tas omkiepert hoef je geen rocket scientist te zijn om te kunnen voorspellen wat er gebeurt. Not to mention het bakje kwark waarvan de bovenkant toch minder stevig blijkt dan je zou verwachten. Kortom, een klein ongelukje met een buitensporige hoeveelheid ergernis.
Daarop heb ik nu een buitengewoon handige en afdoende maatregel gevonden. Ik snoer de tas, alsof het mijn enige nazaat is, in de veiligheidsgordel van de achterbank. En welke capriolen ik nu uithaal, het omvallen van de tas, hoe zwaar of ongelijk ook ingepakt, behoort definitief tot het verleden.
Waarin een klein idee al niet groot kan zijn.
Weer een ergernis minder, nog een kleine honderdduizend te gaan.
Eén zo'n irritatie is een overvolle boodschappentas die je op de achterbank van de auto hebt gezet en dan, tijdens het rijden, omvalt. Voorzichtig als je bent heb je de breekbare spullen, kletskoppen om maar iets te noemen, boven in gedaan en de veel zwaardere, een zak aardappels, onderin. Maar ja,als die tas omkiepert hoef je geen rocket scientist te zijn om te kunnen voorspellen wat er gebeurt. Not to mention het bakje kwark waarvan de bovenkant toch minder stevig blijkt dan je zou verwachten. Kortom, een klein ongelukje met een buitensporige hoeveelheid ergernis.
Daarop heb ik nu een buitengewoon handige en afdoende maatregel gevonden. Ik snoer de tas, alsof het mijn enige nazaat is, in de veiligheidsgordel van de achterbank. En welke capriolen ik nu uithaal, het omvallen van de tas, hoe zwaar of ongelijk ook ingepakt, behoort definitief tot het verleden.
Waarin een klein idee al niet groot kan zijn.
Weer een ergernis minder, nog een kleine honderdduizend te gaan.
2 november 2010
Hoe planten, struiken en bomen te beperken.
In toenemende mate merk ik dat het mensen stoort, zelfs de doorgewinterde diehard met ultra groene vingers, als alles wat ze jaren geleden zo mooi overzichtelijk geplant (en gepland) hadden, welig tiert en grootte en omvang aanneemt die onvoorzien was.
Of dat nou komt doordat de tuintjes kleiner worden - zelden is een nieuwbouwperceel groter dan een paar honderd vierkante meter, waarmee er voor een tuintje hoogstens enkele tientallen meters overblijft - of dat men minder van de kostbare tijd aan het, soms zware, onderhoud wil besteden, feit lijkt dat het op prijs wordt gesteld als de natuur zich wat zou inhouden en een groeisel zich zou beperken tot de haar toegewezen plek.
Een goede mogelijkheid om dat te doen is de wortelgroei in te dammen. Dat kan op verschillende manieren, enigszins afhankelijk van hoe groot de boom, struik of plant mag worden. Het idee is om de wortelkluit in een (plastic) pot in te graven, of met worteldoek te omhullen, zodat de grootte van de kluit, en daarmee van het bovenaardse groeisel, niet alle perken - letterlijk - te buiten gaat.
Bijkomend voordeel is ook nog dat een eventuele verplaats-actie, anders een zware klus die niet zelden ten koste gaat van wat er verpoot had moeten worden, op die manier wel een héél stuk eenvoudiger wordt.
Of dat nou komt doordat de tuintjes kleiner worden - zelden is een nieuwbouwperceel groter dan een paar honderd vierkante meter, waarmee er voor een tuintje hoogstens enkele tientallen meters overblijft - of dat men minder van de kostbare tijd aan het, soms zware, onderhoud wil besteden, feit lijkt dat het op prijs wordt gesteld als de natuur zich wat zou inhouden en een groeisel zich zou beperken tot de haar toegewezen plek.
Een goede mogelijkheid om dat te doen is de wortelgroei in te dammen. Dat kan op verschillende manieren, enigszins afhankelijk van hoe groot de boom, struik of plant mag worden. Het idee is om de wortelkluit in een (plastic) pot in te graven, of met worteldoek te omhullen, zodat de grootte van de kluit, en daarmee van het bovenaardse groeisel, niet alle perken - letterlijk - te buiten gaat.
Bijkomend voordeel is ook nog dat een eventuele verplaats-actie, anders een zware klus die niet zelden ten koste gaat van wat er verpoot had moeten worden, op die manier wel een héél stuk eenvoudiger wordt.
31 oktober 2010
Geraspte kaas
Geraspte kaas is per zakje te koop en kost onevenredig veel meer dan als je zelf kaas raspt. Maar in beide gevallen heb je vaak meer dan je nodig hebt en blijkt het restant al na een paar dagen in de koelkast door schimmel aangetast en kun je het beter weggooien.
De belangrijkste reden daarvan is dat geraspte kaas heel veel oppervlakte heeft en daarmee de schimmel ruime kansen biedt. Talloze stukjes kaas die bij een plak of homp kaas nog keurig in het binnenste zitten, worden bij kaas in geraspte vorm aan de buitenlucht blootgesteld met alle gevolgen van dien.
Er is echter een eenvoudige remedie: vries het in.
Normaliter is kaas niet of nauwelijks in te vriezen omdat het hard en brokkelig wordt en voor consumptie minder geschikt. Geraspte kaas is dat ook wel, hard en brokkelig, maar dat is daarbij geen euvel. Brokkelig is sowieso een voordeel en omdat geraspte kaas meestal wordt gesmolten is ook de hardheid geen bezwaar. Wij doen dit nu een aantal jaren, als je een homp kaas overhoudt die voor normale consumptie minder geschikt is, hup, de rasp erover en in de vriezer.
Altijd lekker, .... met geraspte kaas.
De belangrijkste reden daarvan is dat geraspte kaas heel veel oppervlakte heeft en daarmee de schimmel ruime kansen biedt. Talloze stukjes kaas die bij een plak of homp kaas nog keurig in het binnenste zitten, worden bij kaas in geraspte vorm aan de buitenlucht blootgesteld met alle gevolgen van dien.
Er is echter een eenvoudige remedie: vries het in.
Normaliter is kaas niet of nauwelijks in te vriezen omdat het hard en brokkelig wordt en voor consumptie minder geschikt. Geraspte kaas is dat ook wel, hard en brokkelig, maar dat is daarbij geen euvel. Brokkelig is sowieso een voordeel en omdat geraspte kaas meestal wordt gesmolten is ook de hardheid geen bezwaar. Wij doen dit nu een aantal jaren, als je een homp kaas overhoudt die voor normale consumptie minder geschikt is, hup, de rasp erover en in de vriezer.
Altijd lekker, .... met geraspte kaas.
Abonneren op:
Posts (Atom)