26 november 2010

Dialect

Ik ben geboren en getogen in een klein dorp met een stevig dialect. Dat leidde er onder andere toe dat in de stad waar ik naar de middelbare school ging wij welwillend - in het beste geval - als een soort untermenschen werden beschouwd, ongeciviliseerd als wij waren met onze onbeholpen (uit)spraak. (Jaren later pas vertelde een kennis die leraar Nederlands was me dat ons dialect overeenkwam met het Nederlands dat ten tijde van Bredero werd gebezigd.)
Overigens weerhield dat ons op onze beurt er niet van om bewoners van een gehucht dat weer als satelliet van ons dorp figureerde, en waar ze een dialect van ons dialect spraken, als 'domme diekers' weg te zetten.

Maar een ander aspect van ons dialect, dat ik overigens nog sporadisch spreek, is me pas recent opgevallen *).
Dit dialect lijkt zich in hoge mate te onderscheiden doordat er heel veel met behulp van negatieve kwalificaties tot uitdrukking wordt gebracht. Zelden wordt iets in positieve termen verwoord.
Mijn eigen favoriet is om, als iets me erg bevalt, te melden: "Dit is niet vervelend (om te te eten / naar te kijken / te horen)".
Eén van de sterkste staaltjes is wel het gebruik van "niet weinig" om uit te drukken dat iets veel, erg, of anderszins imposant is. Zoals in 'niet weinig mooi', 'niet weinig belangrijk', 'niet weinig groot', 'niet weinig lekker' of zelfs 'niet weinig veel'.
Allen die dit dialect van jongs af gesproken hebben zullen dit met verschillende andere voorbeelden kunnen aanvullen. (Omdat het hier over spreektaal gaat schrijf ik niet: 'niet weinig andere voorbeelden'.)

  • 'niet gek' 
  • 'niet verkeerd'


Uiteraard waag ik me niet aan een verklaring, hoewel ik die, zou ik dat wel doen, direct in het gereformeerde karakter van de bevolking zou zoeken. In die denominaties wordt immers geleerd dat de mens "niet in staat is tot enig goed, maar geneigd tot alle kwaad", iets waaraan zelfs mijn vader in zijn meer heldere momenten twijfelde.
Om maar te voorkomen dat het de mens naar de bol zou stijgen en hij zich "meer zou wanen dan een krul in een varkensstaart" (dixit mijn moeder) zou de negatie van een beperking beter werken dan een positieve kwalificatie mee te geven.
Of zoiets.

*) Mijn geliefde huisgenote vertelde me na het lezen van deze blog dat zíj het was die me op dat merkwaardige fenomeen wees. Een typisch geval voor Draaisma's Vergeetboek.

7 november 2010

Boodschappentas

Het leven lijkt soms te bestaan uit een groot aantal aaneenschakelingen van kleine irritaties. Die te voorkomen of op te lossen draagt onevenredig bij aan het geluk van een mens. Of in ieder geval aan haar tevredenheid.
Eén zo'n irritatie is een overvolle boodschappentas die je op de achterbank van de auto hebt gezet en dan, tijdens het rijden, omvalt. Voorzichtig als je bent heb je de breekbare spullen, kletskoppen om maar iets te noemen, boven in gedaan en de veel zwaardere, een zak aardappels, onderin. Maar ja,als die tas omkiepert hoef je geen rocket scientist te zijn om te kunnen voorspellen wat er gebeurt. Not to mention het bakje kwark waarvan de bovenkant toch minder stevig blijkt dan je zou verwachten. Kortom, een klein ongelukje met een buitensporige hoeveelheid ergernis.

Daarop heb ik nu een buitengewoon handige en afdoende maatregel gevonden. Ik snoer de tas, alsof het mijn enige nazaat is, in de veiligheidsgordel van de achterbank. En welke capriolen ik nu uithaal, het omvallen van de tas, hoe zwaar of ongelijk ook ingepakt, behoort definitief tot het verleden.
Waarin een klein idee al niet groot kan zijn.

Weer een ergernis minder, nog een kleine honderdduizend te gaan.

2 november 2010

Hoe planten, struiken en bomen te beperken.

In toenemende mate merk ik dat het mensen stoort, zelfs de doorgewinterde diehard met ultra groene vingers, als alles wat ze jaren geleden zo mooi overzichtelijk geplant (en gepland) hadden, welig tiert en grootte en omvang aanneemt die onvoorzien was.
Of dat nou komt doordat de tuintjes kleiner worden - zelden is een nieuwbouwperceel groter dan een paar honderd vierkante meter, waarmee er voor een tuintje hoogstens enkele tientallen meters overblijft - of dat men minder van de kostbare tijd aan het, soms zware, onderhoud wil besteden, feit lijkt dat het op prijs wordt gesteld als de natuur zich wat zou inhouden en een groeisel zich zou beperken tot de haar toegewezen plek.

Een goede mogelijkheid om dat te doen is de wortelgroei in te dammen. Dat kan op verschillende manieren, enigszins afhankelijk van hoe groot de boom, struik of plant mag worden. Het idee is om de wortelkluit in een (plastic) pot in te graven, of met worteldoek te omhullen, zodat de grootte van de kluit, en daarmee van het bovenaardse groeisel, niet alle perken - letterlijk - te buiten gaat.
Bijkomend voordeel is ook nog dat een eventuele verplaats-actie, anders een zware klus die niet zelden ten koste gaat van wat er verpoot had moeten worden, op die manier wel een héél stuk eenvoudiger wordt.

31 oktober 2010

Geraspte kaas

Geraspte kaas is per zakje te koop en kost onevenredig veel meer dan als je zelf kaas raspt. Maar in beide gevallen heb je vaak meer dan je nodig hebt en blijkt het restant al na een paar dagen in de koelkast door schimmel aangetast en kun je het beter weggooien.
De belangrijkste reden daarvan is dat geraspte kaas heel veel oppervlakte heeft en daarmee de schimmel ruime kansen biedt. Talloze stukjes kaas die bij een plak of homp kaas nog keurig in het binnenste zitten, worden bij kaas in geraspte vorm aan de buitenlucht blootgesteld met alle gevolgen van dien.

Er is echter een eenvoudige remedie: vries het in.
Normaliter is kaas niet of nauwelijks in te vriezen omdat het hard en brokkelig wordt en voor consumptie minder geschikt. Geraspte kaas is dat ook wel, hard en brokkelig, maar dat is daarbij geen euvel. Brokkelig is sowieso een voordeel en omdat geraspte kaas meestal wordt gesmolten is ook de hardheid geen bezwaar. Wij doen dit nu een aantal jaren, als je een homp kaas overhoudt die voor normale consumptie minder geschikt is, hup, de rasp erover en in de vriezer.

Altijd lekker, .... met geraspte kaas.

Woordherkenning, - correctie en -aanvulling

Eén van de triviale functies die in (althans mijn) tekstverwerkers ontbreken is een zelflerende, automatische woordherkenner, woordcorrector en woordaanvuller.
Hoe makkelijk zou het niet zijn als ik, net als ik nu wel op mijn mobiel heb bij het invoeren van een sms, ook bij het typen van tekst op een pc zo'n functie zou hebben.Het enige wat Word tot nu toe (Office 2007) levert is een rood ribbellijntje dat het woord niet wordt herkend. En een enkele keer wordt dit automatisch naar een wèl bestaand woord getransformeerd, maar meestal moet ik het zelf corrigeren of naar de dichtstbijzijnde suggestie vragen. Als Word die suggestie al heeft, waarom dan niet daardoor vervangen?

Ik zou willen dat Word een database meekrijgt waarin alle (paar duizend) meest gebruikelijke woorden staan met daarin de frequentie van voorkomen. Vervolgens worden al mijn documenten gescand en worden de door mij gebruikte woorden geïnventariseerd, ook met de frequentie van vóórkomen.
Als ik dan in een nieuwe tekst een woord begin, dan komt de tekstverwerker direct met het meest gebruikte woord als suggestie. Zo lang dat niet het woord is dat ik wil, typ ik door, tot het gesuggereerde woord er staat dat ik bedoel, dan druk ik op 'Enter'. Klaar is kees.
Wordt het woord helemaal niet herkend, dan komt ie, na de spatie of het leesteken dat ik vervolgens invoer, met het rode ribbellijntje zodat ik het woord kan toevoegen. Of met een gesuggereerd woord (bijvoorbeeld met een groen ribbellijntje) als er vermoed kan worden dat ik iets anders bedoelde dan ik typte, omdat het gesuggereerde woord wel héél dicht in de buurt  komt.
Zo'n nieuw woord wordt dan weer aan de database toegevoegd en kan dan een volgende keer weer een rol spelen.

(Waarschijnlijk is dat onbekend, maar de afstand tussen twee woorden kan gemeten worden door het aantal letters dat je moet invoegen, weglaten of omwisselen, de zogenaamde "Levenshtein distance")

Is dat nou zo moeilijk?

28 oktober 2010

Sociale verzekeringen

De sociale verzekeringen vormen een complex geheel, maar gelukkig is er Wiki dat daar helderheid in verschaft.Bijgaand het daaruit gedestilleerde overzicht.

Volksverzekeringen
Algemene Ouderdomswet
AOW
gefinancierd door inkomensafhankelijke premies en belastingen;
bestemd voor alle ingezetenen
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
AWBZ
Algemene Nabestaandenwet
ANW
Algemene Kinderbijslagwet
AKW



Sociale voorzieningen
Wet werk en bijstand
(voorheen Algemene bijstandswet Wet)
WWB
(ABW)
gefinancierd door belastingen;
bestemd voor alle ingezetenen
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Wajong



Werknemersverzekeringen
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen  
(voorheen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering )
WIA

(WAO)
gefinancierd door inkomensafhankelijke premies;
bestemd voor werknemers en gelijkgestelden
Werkloosheidswet
WW
Ziektewet
ZW


Hieruit blijkt dat de overheid zich zelf een grote rol als verzekeraar heeft toebedeeld. Want of het nou verzekeringen heet of voorzieningen, feit blijft dat er een premie wordt geheven, of van de belasting wordt betaald, en dat er uitkeringen worden gedaan, als dat toepasselijk is.

Onmiddellijk dringt de vraag zich op of er, anders dan historische, redenen te bedenken zijn waarom dat zo moet blijven, of dat er eigenlijk geen reden is het afdekken van deze risico's te privatiseren en daarmee de overheid aanzienlijk af te slanken. En de belastingen aanzienlijk te verlagen, ook al zijn de burgers dat bedrag dan aan premies kwijt.

Veel mensen zullen van mening zijn dat de risico's die door deze wetten worden afgedekt van uitzonderlijk belang zijn. Eens, maar als we de piramide van Maslow er op na slaan, dan blijken deze zekerheden niet primair. Daar staat namelijk het lichamelijk welzijn met de gezondheid als belangrijkste component. En hoe hebben we het daar geregeld? Precies, met een particuliere zorgverzekering. Toegegeven, ook daar heeft de overheid een forse vinger in de pap, maar als men het ergens over eens is, is het dat die rol met grote kracht teruggedrongen moet worden, net als overigens in andere landen. Privatisering van de zorg, die bij de verzekeringen al vrijwel voltooid is, is een belangrijk issue om een rem op de exponentiële ontwikkeling van de kosten te verkrijgen.
Bovendien is een belangrijk deel van de oudedagsvoorziening, namelijk dat van de pensioenen al in (min of meer) private handen, dus de AOW daar naar toe overhevelen lijkt me klein bier vergeleken bij wat voor de overige regelingen nodig is.

De vraag rijst dus waarom het stelsel van sociale verzekeringen niet geprivatiseerd zou kunnen worden. Ongetwijfeld zal het vele malen efficiënter en dus goedkoper gebeuren, zelfs als we de winsten van de betrokken partijen verdisconteren.
Misschien dat het nieuwe kabinet zó voortvarend is dat ze hier nog aan toekomt, ook al heeft ze het niet gepland. Het zou de overheid beter in staat stellen te doen wat haar core business is, want daar hoort verzekeren zeker niet toe.

8 oktober 2010

Beleggen = Speculeren = Gokken (1)

(zie ook ps.)

De eerste grafiek is zo te zien het verloop in de tijd van een beleggingsproduct. Ik ben benieuwd of duidelijk is welk product en over welke tijd. Het zou me verwonderen als dat geraden zou kunnen worden.







Dan een nieuwe grafiek, misschien is deze makkelijker. Enig idee? 









Laatste kans, een makkie:









Niemand hoeft zich iets te verwijten als hij of zij niet bij benadering de juiste onderliggende waarde en/of de tijdsperiode heeft geweten. Want deze grafieken zijn artificieel. Sterker nog, ze zijn gemaakt door op de computer het opgooien van een munt te simuleren.
Iedere keer als er kop boven komt wordt er een euro bijgeschreven, als er kop boven komt, gaat er een euro vanaf. En dat 10.000 keer, wat zou overeenkomen met een kleine 40 jaar aan dagkoersen.
Zoals te zien is het onderscheid met een echte koersgrafiek nihil.

De vraag is dan natuurlijk of ook èchte koersen door het toeval worden bepaald. Ik kan die vraag niet beantwoorden. Er is echter geen reden aan te nemen dat het niet zo is. Met andere woorden, we kunnen, zoals hierboven aangetoond, vrij eenvoudig een toevalsproces maken dat koersgrafieken genereert. En ik denk dat niemand op grond van de verstrekte gegevens zal kunnen uitmaken welke koersen echt zijn en welke kunstmatig.

Dat geldt niet altijd.
Als je mensen vraagt kop-of-munt te simuleren en bijvoorbeeld een volgorde van 50, bedachte!, uitkomsten op te schrijven, en die worden naast een echte opgooisessie van 50 keer gelegd, dan haalt een deskundige de bedachte er achter mekaar uit. Omdat een mens denkt dat een groot aantal keren kop of munt achter elkaar onwaarschijnlijk is, terwijl het in de praktijk toch regelmatig voorkomt.
Hier is een voorbeeld van zo'n echte rij: kmkmmmkmkkmkkkkkkkkkkkmmmkmkmkmmkkmkmkmmmkmmkmkkkk. Je ziet, maar liefst 10 keer kop achter elkaar.
Of zoals een statisticus zeer plastisch opmerkte, de uitkomsten hebben de neiging te klonteren.

Een andere observatie.
Als rolmodel voor alle beleggers wordt vaak Warren Buffett genoemd. Hij heeft furore gemaakt door tientallen jaren achter elkaar hoge rendementen te halen, reden waarom hij nu één van de rijkste mensen ter wereld is. Er zijn talloze boeken volgeschreven over hem en even talloze mensen proberen hem te imiteren door zijn 'regels' toe te passen. (Het mooie van die regels is dat de laatste regel luidt dat je niet teveel aan je regels moet vasthouden! Wat Buffett heeft toegepast door in 2009, ondanks dat hij altijd beweerde dat derivaten "weapons of mass destruction" waren voor de financiële wereld, voor maar liefst 15 miljard dollar aan derivaten te verkopen!!!)
Er kan ook een andere verklaring zijn voor zijn enorme winsten.
Stel dat in Amerika, dat een 300 miljoen inwoners heeft, er 134.217.728 daarvan op enig moment beginnen te beleggen met $100. Zonder dat ze het weten is het echter zó op de beurs dat iedere belegger een kans van 50% heeft op quitte (ooit geweten dat dit woord zó gespeld moet worden?) of dubbel. Dus de helft zal na één jaar al hun geld kwijt zijn, de andere helft heeft na één jaar $200 en vindt zichzelf een hele piet.
Dat gaat zo jaren achter elkaar door. Dus na 5 jaar zijn er nog een goeie 4 miljoen (4.194.304 om precies te zijn) die ieder $3.200 hebben en apetrots zijn. Wie doet hen dat na, 5 jaar lang 100% per jaar?
Maar de overigen, ruim 130 miljoen, hebben niks meer!
De succesvolle beleggers gaan rustig door, zij hebben immers bewezen de truc te beheersen. Na nog eens 5 jaar, dus 10 jaar in totaal, zijn er nog 131.072 succesvol en hoe! Hun vermogen is inmiddels aangegroeid tot $102.400. En de rest, dat is bijna iedereen, heeft niets meer.
Je voelt al hoe het verder gaat: na 28 jaar is er nog slechts één superbelegger over en die heeft het lieve sommetje van $13.421.772.800, net zoveel als al die beleggers daarvoor samen hadden. En al die anderen, die niet alleen hun inleg kwijt zijn, maar ook nog eens spijt als haren op hun hoofd hebben dat ze niet eerder uitstapten, zijn alles kwijt.
Superbelegger zei u? Of mazzelkont?

Uiteraard is het bovenstaande een verregaande en niet realistische vereenvoudiging van wat ik denk wat er werkelijk aan de hand is: beurskoersen worden in hoge mate bepaald door toeval, net als vele andere processen in het leven van alle dag, in geringe mate door het gedrag van de beleggers en voor een minimaal deel door economische processen.
Vraag voor een volgende keer is in welke mate allerlei beleggingstheorieën, uitgaande van dit model, nog opgeld doen.

ps. in een aparte blog wordt met dit onderwerp verder gegaan, ook omdat het minder past binnen Ideeën.

28 september 2010

Beter woord

- Exgenoot, respectievelijk exgenote.
  Waar ik nu nog "voormalig echtgnote" gebruik.

- Een Cruijffiaan.
  Een woord of zegswijze van de meester. Hoorde vandaag: "sport is zo onverschrikkelijk belangrijk".

22 september 2010

Prinsjesdag

Als je met de gouden koets naar de juwelier of naar de lommerd zou gaan - de economie is nog lang niet waar die zijn moet, niet waar - dan zou het eerste zijn wat je te horen kreeg: is niet van goud, is verguld.
Om op die manier de prijs waarop je gehoopt had te decimeren.
Laten we dus ons koningshuis, dat tenslotte uit lagere adel van Duitse komaf bestaat, tot hun ware proporties terug brengen - PrinsJESdag is al héél adequaat - en voortaan spreken van de vergulde koets.
Tot we die flauwekul afschaffen weet die familie weer wat hun status is: schone schijn.

21 september 2010

Vrachtwagens

Het is mij volledig onduidelijk waarom er geen wet komt die het vrachtwagens verbiedt op de linkerrijstrook te rijden, 24/7 op z'n Amerikaans, oftewel vierentwintig uur per dag, 7 dagen per week.
Gegeven hoe vol onze snelwegen zijn, waarvan het nog de vraag is hoe lang ze die naam verdienen, en gegeven het feit dat vrachtwagens het verkeer ophouden, zelfs als ze, wat massaal gebeurt, de snelheidslimieten die voor hen gelden overtreden.
Mogelijk dat politici bang zijn voor de niet onaanzienlijke lobby van het vrachtvervoer, maar een goede verkeersdoorstroming is ook in het belang van de gezamenlijke truckers. Want hun belang is niet dat er zo nu en dan één vrachtwagen is die 5 of hooguit 10 minuten eerder op z'n plek van bestemming aankomt.
En als de doorstroming verbetert zullen ook de files minder zijn, mogelijk zelfs aanzienlijk. Eventueel kan het zelfs geboden zijn om op wegen met meerdere rijstroken tijdens spitsuur niet alleen de uiterst  linkse maar ook de rijstrook daarnaast voor vrachtverkeer te verbieden.
Kortom, laaghangend fruit voor een nieuw, autovriendelijk kabinet.

12 september 2010

Alcohol werkt!

De meeste mensen gebruiken alcohol om de inwendige mens te versterken, weinigen weten dat het ook voor het uitwendige deel van de mens wonderen kan verrichten.
Ik gebruik het al jaren en met succes.
Geïnspireerd als ik was door ouwe cowboyboeken, waar de stoere cowboys hun kogelwonden ontsmetten met whisky, meestal zelf gestookt dus met een schrikbarend hoog alcoholpercentage van rond de 80%, vergelijkbaar met het (Oostenrijkse) strohrum.
De eerste toepassing was dus bij kleine (snij)wondjes, al snel gevolgd door bijtwonden in mijn mond, zoals wanneer ik op mijn tong of (de binnenkant van) mijn lip beet. Hoewel de pure alcohol, 70% tot 95%, smerig smaakt, hielp het als of het er voor bedoeld was. Aften verdwenen als sneeuw voor de zon, net als de soortgelijke pijnlijke zweertjes in of op je neus. Uiteraard gebruik ik een wattip voor binnen in mijn mond of neus.
Ook zeer succesvol is de inzet tegen een opkomende of in volle ontwikkeling zijnde koortsblaar op mijn lip. Gebruikte ik eerst nog wel zinkzalf, zodat je als een janjoker met een witte dot op je lip rondliep, die al snel ook op je andere lip plakte of op je theekopje oversprong, nu enkele keren per dag het alcoholflesje er tegen aan - zorgen dat niemand je ziet! - en voor je het weet is de plek verdroogd en heeft de virus het loodje gelegd.
Tegenwoordig is er geen aandoeninkje meer waar ik bij kan, die niet met alcohol te maken krijgt. Zodra er ergens een rood plekje verschijnt komt het flesje te voorschijn, of het nu galbulten, steekvliegensteken of kleine (schaaf)wondjes zijn.
Kortom, alcohol lost heel veel op!

Kroonprinsen in de politiek

De voorstanders van een koningshuis melden altijd dat het een voordeel is dat een kroonprins een leven lang voorbereid kan worden op zijn taak. Ze vergeten dan voor het gemak dat het voorbereiden van een ten ene male ongeschikt iemand verspilde moeite, geld en tijd is.

Nu we in Nederland en België zulke vergelijkbare situaties hebben - voor sommigen al reden om geen bezwaren meer te zien in een fusie van de twee landen - met zowel een kroonprins als impasses in de politiek, lijkt het me een goed idee om de respectieve kroonprinsen een rol te geven als (in)formateur. In het kader van die opleidingsgedachte heeft dat alleen maar voordelen.
Ten eerste leert de kroonprins de belangrijkste politici kennen die er de komende tijd toe doen.
Ten tweede leert hij de ins en outs van politiek onderhandelen. Zoals het onbetrouwbaar zijn, prachtig verwoord door de oud-PvdA-fractievoorzitter Wöltgens: "U rekent op mijn consistentie, maar dat kunt u helemaal niet." (uit Wilders blijft inconsistent)
Tenslotte leren ze hoe ze, eenmaal in functie, het best de dan vigerende (in)formateur kunnen aansturen.

Nog handiger zou het zijn het koningshuis af te schaffen en één van die ervaren politici tot president te kiezen. Krijg je die opleiding er gratis bij.

7 september 2010

Overheden in medicijnen

Gisteren werd bekend dat de farmaceutische industrie steeds minder zin heeft in het ontwikkelen van nieuwe medicijnen, met name van vervangers voor medicijnen waar resistente bacteriën tegen ontstaan zijn, zoals penicilline. Reden is dat de terugverdientijd sowieso hoog is en bij deze middelen nog extra hoog, omdat de gebruikers wordt opgeroepen om terughoudend te zijn in gebruik om nieuwe resistentie te voorkomen.
Dit lijkt me een uitgerekende kans voor de overheid, sterker nog, voor Europa of zelfs de UN, om hier het voortouw te nemen, de research en development te betalen die nodig is voor het ontwikkelen van een dergelijk medicijn en het recept ter beschikking te stellen aan de complete farmaceutisch industrie.
Zodat we er allemaal beter van worden!

3 september 2010

Irak weer een dictatuur

Het gaat niet goed in Irak. Al niet toen de Amerikanen nog de dienst uitmaakten en zeker niet nu ze weg zijn. De verschillende, veelal religieuze groepen in de samenleving bestrijden elkaar te vuur en te zwaard en zijn dienovereenkomstig niet in staat een fatsoenlijke regering te vormen, zelfs niet één die de schijn van fatsoen kan en wil ophouden.
Nu hoeft dat geen ramp te zijn. Het is verwonderlijk hoe een land blijft functioneren, onafhankelijk van of er een regering is, kijk naar Nederland en, meer nog, naar België en Italië, die wat dat betreft een reputatie hebben hoog te houden.
Maar het verschil met Irak is dat de veiligheid van de gewone burger in het geding is. Die dreigt, letterlijk, slachtoffer te worden van de onderlinge oorlogen. Want òf hij is lid van de vijandige partij en wordt daarom afgeslacht, òf hij hoort nergens bij en is dan sowieso uiterst verdacht en daarmee zijn leven uiterst onzeker.
Ik zou het verantwoord vinden als de top van het Iraakse leger de huidige machthebbers naar huis zouden sturen, de noodtoestand zouden afkondigen en met harde hand de orde zouden herstellen. Het adagium 'nood breekt wet' lijkt me hier meer dan waar ook van toepassing.
De gevaren van die actie zijn echter legio. Want als de gewone burger er slechter mee af is, kan het beter achterwege worden gelaten.
Ik loop lang genoeg mee om te weten dat er zelden of nooit dictaturen zijn die de rechtsregels in acht nemen. Maar het moet toch mogelijk zijn de orde op een fatsoenlijk (mogelijke) manier te herstellen, zonder de corruptie te bevorderen en/of de bevolking te terroriseren?
In de deplorabele toestand die Irak heden ten dage kenmerkt lijkt me het de moeite van het proberen waard.

1 september 2010

Jans Roos

Jans was een gróót mens, in alle betekenissen van het woord.
Wij hebben haar goed leren kennen èn waarderen gedurende onze 6 weekse vakantie in Nieuw-Zeeland en Australië in 1997. Nooit zullen wij haar vergeten, niet haar collectie vingerhoedjes, niet haar doortastendheid en het allerminst haar vrolijke karakter.

De anekdotes, waarvan sommige het bij ons tot een vaste uitdrukking hebben gebracht, zijn legio. Voorbeeld van de laatste: “Zo, weer een project”, als we iets bezichtigd hadden. Dat kon dan weer afgestreept worden. Wij zeggen dat nog regelmatig tegen elkaar als we iets hebben afgemaakt.
Of dat ze vroeg om midden op een kruising te stoppen en ze wijdbeens buiten de auto een karakteristiek pand fotografeerde en met een voldaan “Zo, die hebben we” weer instapte.
Haar onuitputtelijke voorraad snoepjes was legendarisch, tot de laatste dag bleef Jans zoetigheid opdiepen uit haar tas, de kruik van Sarfat was er niks bij.
De voorkeur voor lekker eten kwam boven toen ze, in een supermarkt die 24/7 open was, ’s avonds gebogen over een vriesvak stond met hammen van 5kg en (veel) meer. “Pé, die zou je zo mee moeten nemen naar huus”, klonk het dan.
Het meest sprak nog wel haar opgewektheid ons aan. Dat liep uiteen van op de achterbank van de auto met mijn moeder (Pé) de afstamming van de dorpsgenoten doornemen (“Nee, dat was er één van deej en deej.”) tot het meisjesachtig gegrinnik als ze weer eens iemand op straat hadden gezien die sprekend op een ouwe bekende leek. Hoogtepunt was toen we een keer onverwacht strontnat regenden en nog anderhalf uur moesten rijden naar ons onderkomen. Gierend van het lachen deelde Jans mee “dat ze nat was tot en met haar onderbroek”.

Wij hebben toen een wereldvakantie gehad. Geleerd hebben we van Jans om dingen áán te pakken en àf te maken, dat noemen wij nog steeds ‘de Jans-methode’.
Alleen daardoor al zal ze altijd bij ons blijven voortleven, als idee dat eens een sublieme werkelijkheid was.

Gisteren is ze begraven, 89 jaar oud.

29 augustus 2010

Bezit

Een hectare is 10.000 vierkante meter, dus zeg 100m bij 100m. Wij beschikken over iets minder, maar nog altijd een hele lap grond.
Vanmorgen realiseerde ik me dat we, hoewel we deze grond in iedere betekenis van het woord 'bezitten', we het eigenlijk toch maar in bruikleen hebben. Elf jaar geleden kochten we het, over een jaar of tien, vijftien zullen we het wel weer verkopen. Of nalaten. Maar dan zal iemand anders het bezitten. En daarna weer anderen. En zo voort.

De reden van die (schijnbare?) bruikleen is dat dit bezit een gébruiksgoed is, en geen vèrbruiksgoed.Het relativeert ook in hoge mate welke inspanningen je je nog getroost. Ik zou vinden, doe vooral datgene waar jij nog plezier van hebt en laat de rest aan je opvolgers. Zij het dat je rekening kunt houden met dat er na jou nog iemand komt en je het die niet nodeloos moeilijk hoeft te maken. Eigenlijk lijkt dat in meer of minder mate op hoe je de opvolging van de leiding van een bedrijf zou willen regelen. Of de opvoeding van kinderen.

Te bedenken dat over 100 jaar, als wij al lang vergeten zijn, deze grond er nog ligt, het huis er mogelijk nog staat, de hardhouten veranda in ieder geval nog lang niet vergaan is, tja, dat maakt een mens wel bescheiden. En zijn inspanningen nòg vluchtiger.

23 augustus 2010

Mijn moeder

Mijn moeder is 92 en sinds dit weekend ziet het er niet naar uit dat ze nog veel ouder wordt.
Lang geleden schrok ik van haar opmerking “Jullie hebben mij de grootste tijd bij je gehad.”. Dat had ik me nooit zo gerealiseerd. Recent bedacht ik dat dat háár grootste tijd was geweest, niet de mijne, want ze zou nog ruim 30 jaar leven.

Een bijzondere karakteristiek van haar waren de vaste uitdrukkingen en zegswijzen die ze een leven lang bezigde. Vrijwel allemaal waren ze in het dialect dat wij thuis, uitgezonderd mijn vader, spraken. Sommige daarvan drongen pas heel veel later tot mij door. Zoals “Ongeliek is een bult.” voor als iemand ongelijk had.
Een aantal daarvan worden hier ten huize door mij en degene die ik liefheb nog gebruikt. Zoals “de hardloopregel”. Die luidt, dixit mijn moeder, als volgt: “Die hardloopt ziet het niet en die stil staat heeft er geen erg (‘hèt er gien arreg’) in.”. Dat betekende dat het niet perfect is, maar er mee door kan. Een soort ‘goed is goed genoeg’-management-mantra avant la lettre.
Ook een heel mooie was: “As je zo krèk kieken kun je gien geit houen.” voor als je àl te precies was. Lijkt overigens ook op dat goed-is-goed-genoeg-principe.
En wat had je geacht van iets dat “zo ongeliek is as de knollen van Geerlof”? Op mijn vraag, niet eens zo lang geleden, wie Geerlof toch was, van die ongelijke knollen, keek ze me verbaasd aan, had zich dat blijkbaar nooit afgevraagd en meende zoiets als dat dat wel een ouwe boer geweest zou zijn. Zelf wist ze dat niet, want, en nu komt het, ze had haar moeder dat altijd horen zeggen. Dus mogelijk dat veel van die rituele uitspraken wel eens generaties oud zouden kunnen zijn. Het zou leuk zijn als dat eens uitgezocht was.
In ieder geval lijkt het me de moeite waard als haar kinderen een verzameling zouden aanleggen van de uitspraken, zegswijzen en vaste uitdrukkingen die zij zoal in haar leven liet horen. Om op die manier haar karakteristiek levendig te houden.

Nu ik dit schrijf realiseer ik me (door sommigen foutief verwoord als ‘besef ik me’) dat je een moeder eigenlijk alleen hebt. In tegenstelling tot wat ze in Brabant zeggen, ‘ons moeder’, heb ik die relatie altijd als uiterst individueel gevoeld. Reden voor deze kop boven deze blog.

p.s. Mijn moeder overleed op 2 september 2010; 33.496 dagen = 92 jaar oud. Hierbij een foto van 31 juli j.l.

13 augustus 2010

Stringtheorie

Er zijn vrouwen die van strings houden en ze dan ook dragen.Waarom is me niet helemaal duidelijk, waarschijnlijk omdat ze vinden dat ze (dan?) pronte billen hebben. (Hoewel ze geen pronte vrouw willen zijn, want die twee gaan niet samen, pronte billen en pronte vrouwen.)
Er zijn ook vrouwen die het draagcomfort van een string beneden iedere grens vinden, reden voor hen om ze categorisch te vermijden. Dit ondanks de druk van het imperium van lingerie-queen Marlies Dekker.
Hoe de situatie is op de mannen-markt en of die zich alleen tot de gay-scene beperkt is me volstrekt onduidelijk.

Maar misschien is er een oplossing voor de vrouwen (en mannen)  die wel een string wíllen, maar die ondragelijk vinden: draag er een soepele slip onder. De billen tonen de gewenste, pronte vorm en het ongemak is tot dragelijke proporties teruggebracht.

Overigens, zoals dat zo mooi in ICT-kringen gebruikelijk is: untested!

7 augustus 2010

Overheid als hypotheekbank.

De afgelopen week werd bekend dat de Nederlandse banken die hypotheken verstrekken hun winst daarop verdubbeld hebben. Zie daarvoor het Financiële Dagblad.
Belangrijkste reden zou zijn dat er nauwelijks concurrentie is op die markt en de (4) grote partijen de verdenking op zich laden afspraken te hebben gemaakt.
Dus ondanks de lage marktrente moet de consument de banken sponsoren.

Ik denk dat de overheid daar wat aan kan en moet doen. (Over wat de rol van die overheid is kom ik nog te spreken.) Tenslotte is zij eigenaar van ABN Amro en die verkoopt hypotheken.
Ik kan me heel goed voorstellen dat de overheid, die laatst nog een staatslening afsloot tegen 2,8%, ABN dat geld (evt. met een kleine rente-opslag) ter beschikking stelt en de bank verplicht de hypotheekrentes naar beneden bij te stellen. Op die manier zou het voordeel van de lage marktrente ook de huizenbezitters bereiken.
En zouden de andere partijen gedwongen zijn meer marktconforme tarieven te hanteren, net als in andere landen in Europa gebruikelijk is.

Zo'n aanpak lijkt me heel wat effectiever dan dat er weer een toezichthouder in actie moet komen.
Of dat de heren vriendelijk moet worden verzocht enige zelfbeperking aan de dag te leggen, quod buitengewoon non.
Directe concurrentie door een indirecte overheid.

p.s. Een paar dagen later al blijkt dat NL voor 2,6% leent, de laagste rente sinds 18de eeuw.

2 augustus 2010

Sporten voor vrouwen èn mannen.

Er bestaan een groot aantal sporten waarin de competities voor vrouwen en mannen gescheiden zijn zonder dat ik begrijp waarom dat zou moeten.
Er zijn duidelijke, met name fysieke verschillen tussen de sekses, dus is het te begrijpen dat allerlei fysieke sporten, zeker de contact-sporten, worden gescheiden. Dus geen gezamenlijke tennis, atletiek of voetbal.
Maar waarom geen tafeltennis?, zoals Bettine Vriesekoop decennia geleden al aantoonde.
En zo zijn er talloze sporten die nu nog wel gescheiden zijn maar waar dat compleet overbodig is.
Sterker, er zijn zelfs fysieke sporten waarvan deskundigen verwachten dat vrouwen op den duur beter scoren dan mannen, zoals de marathon.

Hieronder zal ik een lijst aanleggen van de sporten waarvoor die scheiding kan worden opgeheven.

  1. Schaken (en alle andere denksporten)
  2. Golf
  3. Tafeltennis
  4. Autosport